Als je wat nodig hebt, bel!

Het is mooi om te zien als een gast zijn laatste dagen zich thuis voelt en zichzelf kan zijn een hospice. In het begin zat zijn broer nog gezellig in de huiskamer, maar het ging al snel bergafwaarts. Toen werd hulp vragen moeilijk. “Mijn broer wou mensen nergens mee lastig vallen, terwijl hij niet had beseft dat de mensen hier voor hém zijn.”


“Mijn broer die heeft drieënhalve week mogen genieten in dit hospice van de fijne verzorging. Ik ben dagelijks hier geweest in die periode. Mijn broer heeft in totaal een jaar en drie maanden gestreden tegen een ziekte waar hij van tevoren van wist dat hij het niet kon gaan winnen: kanker. Altijd positief erover gedacht, van: ik haal wel vier à vijf jaar. Maar dat was niet het geval. En op een gegeven moment moest hij toch ergens heen vanuit het ziekenhuis. En toen is hij hier bij het hospice terecht gekomen.

Ik heb eigenlijk alleen maar positieve momenten meegemaakt. Elke dag was goed hier. Dan kreeg je koffie klaar, alles stond klaar, je mocht een bakkie soep mee-eten als ze net soep gemaakt hadden. Het is alleen maar super, echt.

 

De eerste paar dagen was hij nog krachtig genoeg om beneden te zitten in de woonkamer. Toen heeft hij met diverse mensen getokkeld. En hebben toen met hem gepraat over werk en sport en over alles. Er zijn dan ook altijd vrijwilligers die ook zelf fanatiek aan sport denken of sport kijken. En ja, die hebben dan een link met elkaar. Dat vindt hij dan mooi, als iemand anders dan ook over sport praat. Ja, want er zitten ook altijd van die vrijwilligers in de woonkamer. En dan kon hij een beetje televisiekijken en praten met die mensen. Ja, dat was super. Maar ja, dat ging heel snel bergafwaarts en toen ging hij naar boven toe en kwam niet meer beneden. En als wij binnenkwamen in het hospice en ik moest even wachten want ze waren boven nog bezig dan ging ik aan de tafel zitten en dan praatte ik ook over mijn ervaring als vrijwilliger bij de ouderen. Dan liet ik foto’s zien van een verkiezing waarin we met bejaarden allemaal over de rode loper heen gingen. Dat zijn dingen die vertel ik dan allemaal. En dat vinden ze dan ook wel leuk dat je dat ook doet. Dan respecteren ze je, zoals ik hun respecteer, respecteren ze ook mij. Niet alleen die komt hier alleen bij zijn broer, maar die doet ook leuk werk. Vrijwilligerswerk. Ja, dat is leuk om allemaal te doen.

Mijn broer vond het vervelend met dat koordje om zijn nek om te bellen. ‘Nee, ik ga niet iedere keer bellen’, zei hij. ‘Maar Wim’, zei ik, ‘zij zijn ervoor, het maakt niet uit. Als je niet lekker bent of niet goed bent druk dan op dat knopje.’ ‘Ja, nee, dat doe ik niet’, zegt hij. ‘Ja, dat moet je wél doen. Die zeventig vrijwilligers die hier lopen die zeggen dat allemaal: Bellen, als je wat wil of als je wat nodig hebt, bel. Maar ja, dat moet je wel doen.’

Mijn broer wou mensen nergens mee lastig vallen, terwijl hij niet had beseft dat de mensen hier voor hém zijn. Dat besef had hij niet. Ik zei van: ‘Wim, koffie of limonade of wat dan ook, bél.’ ‘Ja, maar daar is dat belletje niet voor.’ ‘Jawel, daar is hij wel voor, ze komen gelijk.’

Zo’n vrijwilligster zei van: ‘Wim, ik heb thuis lekker macaroni, wil je wat? Zou je dat ook lusten?’ En ja, daar was hij altijd wel voor te porren want hij is kok geweest en houdt altijd van lekker eten. Dat die mensen dan thuis ook eten maken en meenemen hiernaartoe om het een gast naar de zin te maken. Ja, dat is gewoon leuk. Dat er toch mensen zijn die dan thuis spullen maken die hij lekker vindt. Ja, mijn broer praat natuurlijk ook over zijn werk en over eten en alles. Hij kan heel goed vertellen over eten en hoe je dat moet maken. En daar praatte hij met de vrijwilligers hier ook wel over natuurlijk. En had ook weleens kenbaar gemaakt dat hij een balletje gehakt ook zo lekker vindt of rode bietjes met spekjes en uitjes. En dan zei een vrijwilliger: ‘Oh, dan ga ik dat toch vanavond thuis maken. Dat eten wij dat en wat ik over heb neem ik mee hier heen.’ Ja, en dan was hij vaak misselijk en had hij er toch geen zin in. Moeilijk. Maar de vrijwilligers deden het wel.”

Over de schrijver

Hij is voor de eerste keer weer terug in het hospice na de dood van zijn broer die een stuk ouder was dan hij. Op de vraag naar zijn ervaringen en momenten die hem zijn bijgebleven begint hij zijn verhaal te vertellen.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.