En we hebben naar het behang gekeken

Vrijwilligerswerk in de palliatieve zorg gaat vaak over dagelijkse dingen. Iemands leven verlichten. Met humor, met een praatje, het hoeft niet diepzinnig te zijn. “Ik dacht: als je terminale zorg doet gaat het over mooie gesprekken en weet ik het allemaal. Nou, dat zijn echt uitzonderingen.”


“Ik heb laatst ergens tien nachten geslapen. Ik doe gemiddeld iets van één keer per week. Maar in dit geval zei ik: ‘Naja, over vijf nachten kan ik wel weer.’ Het was een man, hij had COPD. Dat was dus bij een echtpaar. Hij sliep in de kamer. Daar stond een bankje en ze wilden ook graag dat wij daar gingen slapen of liggen, omdat die man erg veel last had van het licht. Dus als je daar dan zit te kleuren of iets, dus als je op bent, die man had last van het licht. Dat is ook lastig. Je kunt op de bank gaan liggen en lekker gaan dommelen op het moment dat de patiënt zelf in staat is om te roepen. Maar als de patiënt daartoe zelf niet in staat, naja dan is hij wat minder helder ook dus misschien had hij dan ook geen last van het licht. Maar hij gaf dat dus heel erg aan.

Dus ik heb daar tien nachten in totaal geslapen. Ik had leuk contact met die man, hij was grappig. Wij hadden ’s nachts altijd hele simpele humor. Zo van: Hij kon nog staan en hij kon nog zelf plassen, want ‘het’ deed het nog altijd. Weet je wel, van die humor. Dan hadden wij lol samen. En zij, ik had heel veel contact met haar. Zij ging ook nooit naar bed direct. Wij kletsten eerst altijd nog wat met z’n drieën. En dan maakte hij zich op voor de nacht, zij deed dat met name.

 

En zij naaide haar eigen kleren. Want het was een heel klein vrouwtje en die had ook van alles aan lichamelijk klachten. En die moest haar eigen kleding allemaal maken omdat niets haar paste. En dan liet zij mij allemaal zien waar ze mee aan het naaien was. En ze liet ook haar lijf zien, zo van: ‘Dit mankeer ik.’ En we hebben naar het behang gekeken, ze ging behangen, noem maar op. Dus ik kwam daar elke keer van: ‘Nou, hoe is het nou met die rok en hoe is het nou met de blouse. En heb je het breiwerk af?’ Zo. Dus zij had het nodig om ook haar verhaal kwijt te kunnen.

Het was fijn, want die man moest nog vijf keer per nacht plassen. En wat fijn is was dat hij daardoor geen katheter hoefde omdat wij daar zijn. Anders was het niet eens nodig geweest. Want hij sliep, totdat hij weer moest plassen. En als zo’n man een katheter krijgt dan loopt dat gewoon en had hij wel kunnen slapen. Maar dat wilde die man gewoon liever niet. En naja, als je dat dan kan voorkomen. Want het geeft ook nog weleens wat infecties en zo. Maar vooral voor háár was het belangrijk dat zij haar verhaal kwijt kon. Dus dat vond ik leuk. Daar kan ik echt zeggen: ‘Wat een leuke inzet.’ Bij haar ging het echt over hele praktische dingen. Maar gewoon zo’n vrouwtje dat van alles kwijt wilde.

Je bent er dus ook heel erg voor de mantelzorger. En dat was niet alleen omdat ze naar bed kon. Maar ze scharrelde nog een hele tijd rond en zorgde voor thee. Maar met name dat ze steeds wilde vertellen over datgene wat zij overdag deed en wat ze maakte en wat voor creativiteit ze had. Ja, die verbinding met die vrouw. En ik zie haar ook nog wel voor mij. Het was een bijzonder klein vrouwtje.

Dat maakt het werk zinvol en dat maakt ook dat je denk: ‘Ja, dit is nuttig. Dat ik er gewoon ben.’ Dat Er Zijn, wat is dat dan? Dat is dat je iemand wat verlicht. En misschien is dat het ook wel, dat het over gewone dingen mag gaan. Het gaat natuurlijk altijd over de zieke. En als ik dan daar ben met haar, dan mag het ook gaan over de gewone dingen. Ik had daar eerder een ander beeld van. Ik dacht: als je terminale zorg doet gaat het over mooie gesprekken en weet ik het allemaal. Nou, dat zijn echt uitzonderingen. Het gaat over het dagelijkse leven, over het ziek zijn. Het gaat niet over terugblikken op het leven. Het gaat over de dag en de dagelijkse dingen. En bij haar had ze het ook nog heel erg nodig om daarover te vertellen. Over wat er naast de zieke, naast haar man en alle aandacht voor haar man, hoe het met haar ging. En bij haar was het inderdaad over het behangen van de kamer en ‘kijk eens wat ik vandaag genaaid heb’, ja zo.”

Over de schrijver

‘Ik doe terminale thuiszorg, vooral ‘s nachts. Er zijn weinig mensen te vinden die het ’s nachts willen doen, dus ze bewaren mij het liefst voor de nachtklussen’.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.