Ineens mag het

In het hospice heb je ook te maken met mensen met verschillende culturele achtergronden. De rituelen die bij het sterven horen, zijn dan anders. Deze vrijwilliger kreeg het gevoel onmisbaar te zijn, toen ze de Marokkaanse familie mocht helpen. “Ik was eigenlijk de schakel in de situatie die als losse stukjes in elkaar hing, zeg maar.”


“Er was een meneer die ging overlijden, het was een Marokkaanse familie. En zij waren niet gewend om hier te zijn. Niemand natuurlijk, maar zij helemaal niet. Ze hadden een andere cultuur, een andere manier van denken. De rituelen die wij hier uitvoeren, kaarsjes aansteken en zo, dat deden wij bij hen niet want dat koppel je toch al snel aan het christendom.

En toen de meneer overleed mocht hij eigenlijk niet verzorgd worden door een vrouw. Maar praktisch gezien was er op dat moment nog geen islamitische uitvaartzorg. Dus, die meneer moest wel eventjes geholpen worden met wat dingen, zoals recht leggen en ogen dichtdoen.

Nou, dat mocht toen toch, omdat het niet anders kon. En dat vond ik heel mooi. Dat concrete, ineens mag het. Ik was bezig met de overledene te verzorgen en de dochter zei dat het mocht. Dezelfde die ook eerder gezegd had dat het absoluut niet zou kunnen.

En toen voelde ik mij echt onmisbaar, als vrijwilliger. Niet als mezelf, maar als vrijwilliger. Dat betekent dat … mensen moeten andere mensen helpen, ook al is het niet leuk in dit geval en dan moet het, minder gewenst. En dat is onmisbaarheid. En dan kan ik het zijn, of iemand anders. Ik ben zelf niet onmisbaar, maar de vrijwilliger en wat ik doe wel. En dat is elkaar hulp bieden. Omdat het enige wat wij konden doen is helpen. Ik was eigenlijk de schakel in de situatie die als losse stukjes in elkaar hing, zeg maar.”

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.