Mét haar zijn

Omdat de vrijwilligers de zorg overnemen in het hospice, kan de familie zich richten op het samenzijn. “Als ze thuis was geweest, dan waren we minder met haar zelf bezig geweest, met de leuke dingen, zeg maar. Dat vond ik heel fijn.”


“Mijn moeder was best wel bij in het begin. De vrijwilligers leerden haar dan ook wel kennen. Ik had dan het idee van ‘oh ze kennen mijn moeder al, ik hoef dat allemaal niet meer te vertellen’. Ze wisten het zelf allemaal al heel goed. Ze maakten met haar de geintjes die zij op dat moment heel veel maakte en konden daar ook om lachen. Alsof we er bij echt hoorden, alsof ze ook echt onderdeel waren van ons. Dat voelde heel vertrouwd. Als ik mijn moeder achterliet dan wist je: het zit wel goed, ze wordt niet aan haar lot overgelaten.

Mijn moeder maakte best wel veel geintjes over mijn vader die nooit iets deed. Ja, daar gingen ze dan een beetje in mee. Echt de huiselijke grapjes, die mijn moeder thuis zou maken. En ook, mijn moeder kon als een soort dolletje mijn vader weleens een klap geven. En dan zeiden ze: ‘Nou, dat vind hij denk ik niet zo leuk hoor’. Ja, ze waren ook heel erg oplettend naar hoe mijn moeder deed. Want ze veranderde natuurlijk wel heel erg. En als ze opmerkingen maakte waarvan wij dachten: oeh, dat is net op het randje, dan zeiden ze daar ook wel wat van.

Ik denk dat mijn moeder door in het hospice te liggen de mooiste dagen nog heeft kunnen hebben. Beter dan thuis. Thuis brengt natuurlijk een hele andere lading met zich mee. Doordat mijn moeder in het hospice was, konden wij als familie meer loslaten. De zorg lag daar. Wij konden echt mét haar zijn en niet speciaal voor haar allerlei dingen nog moeten doen, of zelf op dingen moeten letten.

Wij kwamen daar een paar keer per dag en dan was zij al gedoucht en aangekleed. Dan was zij eigenlijk al klaar voor visite. En dan waren wij dus echt mét haar. Als ze thuis was geweest, dan waren we minder met haar zelf bezig geweest, met de leuke dingen, zeg maar. Dat vond ik heel fijn. Je bent toch altijd bang van: doe ik het wel goed, vindt ze mij niet lastig? Je bent toch haar kind. Of mijn vader is dan toch haar man. Ze zou minder makkelijk meegegaan zijn. Ja, vreemde ogen dwingen toch meer. Ik denk dat het voor mijn moeder meer rust gaf, dat ze het zo maar onderging. Thuis had ze nog gewoon haar rol gehouden, van: ‘Nee ik wil niet’ of ‘laat mij nu maar even’. Dat kon ze daar niet. Ze gaf in het hospice sneller toe aan de dingen die eigenlijk echt noodzakelijk waren. Thuis was er eerder strijd. Anders hadden wij meer strubbelingen met elkaar gehad.”

Over de schrijver

Deze dochter kijkt terug op de tijd dat haar moeder in het hospice lag. Ze kwam dagelijks langs met haar familie. Ze vertelt hier over de vrijwilligerszorg voor haar moeder en wat het met haar deed.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.