Vechtend en scheldend ten onder

Deze vrijwilliger gunt iedereen een rustig en vredig einde, ook voor de naasten. In het volgende verhaal wordt duidelijk dat dat niet altijd vanzelfsprekend is.Zij had met iedereen ruzie. En zij had zussen die bij haar waren. Maar oh, daar heb ik wel een poosje last van gehad. Misschien ook omdat ze nog zo jong was en dat je dan vechtend en scheldend ten onder moet gaan. Want ze is al vloekend dood gegaan. Dat is toch erg?”


“Er was een jonge vrouw die al vechtend en scheldend ten onder ging. Daar ben ik heel veel geweest. Zij had met iedereen ruzie. En zij had zussen die bij haar waren. Maar oh, daar heb ik wel een poosje last van gehad. Misschien ook omdat ze nog zo jong was en dat je dan vechtend en schelden ten onder moet gaan. Want ze is al vloekend dood gegaan. Dat is toch erg?

En die zussen hebben het zo goed geprobeerd. Ik vond het walgelijk. En ze was zo jong. Ik denk: zo ga ik nooit dood. Nee, dat vond ik echt afschuwelijk.

Daar kon ik het goed aan, toen ik er was. Want ze kon weleens tegen mij schelden. Maar als haar zus naar bed was, kon ik redelijk goed met haar overweg. Want ze wilde ’s nachts iedere keer naar de wc. Ik moest haar zowat dragen, ze kon niets meer. En over sommige dingen wilde ze ook nooit meer praten. Ze zag haar kinderen ook nooit meer. Oh, wat een moeilijk mens, zeg.

Ik weet wel dat ze een keer op haar slaapkamer in bed lag en toen moest ze verschoond worden. En dat moest die zus doen, daar mocht ik niet bij wezen. En toen zei die zus: ‘Ik krijg het niet voor elkaar. Je zou mij even moeten helpen.’ En zij was zo kwaad. Achteraf begreep ik waarom, ze was helemaal verbouwd van onderen. Oh, ik schrok me kapot. Ik dacht: nou snap ik waarom je er niemand bij wil. Maar goed, ik heb daar met die zus verder niet meer over gepraat. Of ze nu vroeger een man geweest is, dat weet ik ook niet.

Ik teerde in feite op het feit dat die zussen mij zo hard nodig hadden, en niet zij. Want als ik kwam, dan ging ik eerst met die zussen in de keuken koffie drinken. En dan konden zij hun verhaal kwijt en dan konden ze naar bed. Een jaar daarvoor was die moeder overleden en dat hadden ze met zijn allen gedaan. En nu zouden die twee meiden dan ook hun zus helpen.

Ik heb iemand nog nooit in mijn leven zo horen schelden en vloeken. Wat kon zij vloeken zeg. Ik bleef gewoon zitten. Ik zat naast haar bed, ik dacht dan: je scheldt niet op mij, maar op die zussen. Ik zeg: ‘Maar waar je het meeste van houdt, daar scheld je het hardst op.’ Ik kon alles tegen haar zeggen. Tegen mij deed ze niet zo rot. Ze schold wel een keer als ik net binnenkwam, als ik er net was. Maar ik dacht: ze heeft het niet eens tegen mij. Het maakt niet uit wie er staat. Maar als die zussen naar bed waren en wij waren alleen, dan deed ze niet zo moeilijke tegen mij. Ik mocht haar ook vasthouden en over haar rug strijken als ze dat wilde. En ik hielp haar ook naar de wc en dan ging ik bij haar zitten.

Ik moest wel heel erg naar haar kijken en op haar letten of ik iets kon zeggen. En anders moest ik gewoon niets zeggen. Dat zag ik aan haar gezicht. Als ze heel nors keek, nee, dan moest je even niets zeggen. En ik zei tegen haar: ‘Waarom scheld je nu zo hard tegen je zussen? Ze doen alles voor je.’ Ze hield er wel een beetje rekening mee. Ik heb tegen haar gezegd: ‘Moet je luisteren. Ik vind alles goed en ik wil je overal bij helpen, maar je moet niet zo vloeken. Want daar kan ik niet tegen. Daar word ik zo akelig van, dat vind ik naar. En het heeft ook geen zin.’ Ik heb wel aan haar gevraagd: ‘Vloek je nu zo erg omdat je boos bent, omdat je dood gaat en dat je alles moet achterlaten en je weinig contact hebt met je kinderen?’ Ik dacht, ik zeg het gewoon, kijken hoe ze reageert. En toen zei ze eerst niks, ze keek me heel nors en stuurs aan. En ik dacht: oh, nou heb ik te veel gezegd. En na tien minuten keek ze mij ineens aan en ze zei: ‘misschien is het dat wel.’ Ik zeg: ‘Maar dan moet je mij een ding beloven. Dan moet je niet meer zo tegen je zussen schelden, want die hebben het beste met je voor en doen alles voor je. Dat hebben ze niet verdiend.’ Maar na een half uur was ze het weer vergeten hoor.”

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.