Terwijl ik met mijn handen de crème zacht inwrijf op zijn droge beenhuid, zakt meneer steeds verder weg in de kussens. De spraakwaterval maakt plaats voor een diepe ademhaling en zijn ogen zakken langzaam dicht. Ook in zijn lijf zie ik de ontspanning zijn intrede doen. Langzaam zakken zijn armen in het matras en ontspannen zijn vingers. Zijn been wordt steeds slapper onder mijn handen, zijn spieren geven zich overduidelijk over aan mijn massage. Ik geniet met aandacht van het lichaamscontact en van de stilte. We zakken allebei terug in het hier en nu en in ons lijf.

Wat een verschil met de twee uur daarvoor. Meneer heeft aan één stuk door gepraat. Hoe vuriger en gepassioneerder zijn verhaal werd, hoe meer hij rechtop op zijn bed ging zitten, zonder enige ruggensteun, zijn benen opgetrokken en zijn armen eromheen geslagen. Een non-verbale communicatietraining heeft meneer niet nodig. Zijn verhaal wordt met zijn hele lijf kracht bijgezet: grote armgebaren, vele gezichten, intonaties en stemvolumes en hier en daar wat consumptie….

Meneer heeft veertig jaar gezorgd voor zijn zieke vrouw en is met recht een routinier geworden in zorg geven. Zorg ontvangen is een geheel nieuwe discipline in zijn leven en dat valt hem soms zwaar. Hij benadrukt hoe belangrijk hij het vindt dat zorgpersoneel voldoende ervaring en kundigheid heeft. Ik slik even wat weg… Ik sta hier voor de allereerste keer, zonder kundigheid en ervaring. Wel met de allerbeste intenties…

Als de thuiszorgmedewerkster de eerste vijf minuten in de kamer niks zegt, terwijl ze op haar telefoon probeert het dossier te zoeken en te lezen, zoekt meneer steeds oogcontact met me. Ik ben in een hoekje van de kamer gaan zitten en schuif mijn stoel zodat hij me kan zien. Ik zie hoe hij met zijn ogen dicht met zijn hoofd schudt… Hij vindt er overduidelijk iets van.

Richting het einde van de morgen doe ik meneer een bekentenis die wel wat moed vraagt. Maar ik heb inmiddels geleerd dat moedige acties vaak mooie dingen opleveren. Ik noem zijn naam en zeg met een rustige zachtere stem: ‘Dit is mijn eerste ochtend als vrijwilligster en ik ben dus nog niet zo ervaren. Je moet me dus wel helpen hoor, samen maken we er wat moois van.’ Hij kijkt me verwonderd aan. ‘Godverdorie, dat had ik niet gemerkt. Enne, die massage daar moet je je beroep van maken, dat doe je echt heel goed. Dat wil ik de volgende keer wel weer.’

Opnieuw fiets ik richting meneer. Ik kom op prachtige plekjes in de stad waar ik nog niet eerder was en fiets door het schilderachtige Riel. De overvloed aan zingende vogels, bloesemgeuren en mooie vergezichten maken dat ik helemaal in het moment zak. Ik besef dat fietsen een perfecte manier is om me voor te bereiden op een bezoek, maar ook om een bezoek weer af te ronden en achter me te laten. En hoe langer de fietstocht, hoe beter. Na 45 minuten stap ik de voordeur binnen en opnieuw niet zonder aan de tip van collega Gerda te denken. Ik laat de deurmat vollopen met de laatste restjes die nog bij me zijn en zie een blakende en glunderende meneer staan in de deuropening.

Opnieuw ben ik vooral een luisterend oor en masseer ik hem. Ik probeer een bruggetje te maken naar ontspannen en loslaten en vraag wat het verschil is tussen zijn gemasseerde been en het andere been dat nog mag. ‘Dit been is veel warmer en zachter en het is net of hij dieper in het matras ligt.’ Naast het overduidelijke kleurverschil, wijs ik hem ook op de spierspanning in het niet-gemasseerde been en hij herkent het: ‘Verdorie, ja zeg…’

Ons gesprek stuit op de liefde en hij praat alleen maar liefdevol over zijn overleden vrouw. Hij mist een vrouw in zijn leven en voor ik het weet praten we over wat er over hem zou moeten staan op een datingsite. We gieren het uit samen en onze fantasie slaat op hol.

Uiteindelijk mogen we ook nog samen spreken over goed sterven en wat dat voor hem betekent. Ondanks dat hij benadrukt dat hij er nog helemaal niet mee bezig is, heeft hij er een helder beeld bij. ‘Het liefst in mijn slaap, dat ik niet meer wakker word en met mijn kinderen om me heen. En een goede vriend of vriendin.’ Ik vraag of hij iemand voor ogen heeft en hij knikt glimlachend ‘ja’… Hij wil graag helder zijn als hij sterft, want hij is bang dat medicatie hem nachtmerries gaat bezorgen. Natuurlijk thuis in zijn eigen bed. En dat wij dan ook rondlopen om koffie te zetten en te zorgen voor zijn naasten…

Terug naar huis is de zon nog warmer en zingen de vogels nog harder. Vlak bij zijn huis stroomt de idyllische Kleine Dommel voorbij de Collse watermolen. Ik strijk neer op een terras en neem (net als op de vorige terugweg) een kop soep. Troostsoep… Ik besluit daar een gewoonte van te gaan maken na elke inzet. God wat zal ik, naast alle mooie ontmoetingen, nog veel mooie plekjes, lekkere soepjes en terrassen ontdekken.

 

Annebeth Mekking

Vrijwilliger bij Stichting Vrijwillige Palliatieve Thuiszorg Eindhoven

Nog geen reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.