Afscheid van je moeder: ‘Die zwarte wagen! Erg!’

door: Samira

Afscheid van je moeder: ‘Die zwarte wagen! Erg!’

De moeder van Samira is ernstig ziek. Ze gaat terug naar Marokko voor alternatieve geneeswijzen. Maar die slaan niet aan. Terug in Nederland is ze eigenlijk te laat voor een reguliere behandeling. Dan gebeurt waar Samira al bang voor was… “Als mijn moeder dood gaat, ga ik ook dood.”

Ik ga iets vertellen over het verlies van mijn moeder.

Mijn moeder had verschillende soorten kanker. Als jonge mantelzorger was het heel zwaar voor mij om in het proces van ziekte te zitten van mijn moeder. Ik was elf toen zij baarmoederhalskanker kreeg. Daarna werd het steeds meer. Het zwaarste was de boosheid van mijn moeder. Toen ze hoorde dat ze ziek was werd ze heel boos op de situatie, ze reageerde dit af op mij.

Ik lijk veel op mijn moeder, heel lief en ook naïef. Later kwam ik er achter dat ik dit van haar heb overgenomen. Ik handel vaak zoals zij dat ook heeft gedaan. Alleen mijn moeder zei niets, ze slikte alles in. Ik ben niet zo. Ze was van de oude stempel. Ik denk achteraf dat het sterk zijn en niets tegen anderen zeggen haar ziek heeft gemaakt. Zo werd ze bijvoorbeeld elke dag met hoofdpijn wakker. Ze had geen nachtrust van het piekeren. Als kind maakte ik me zorgen en hoopte en wenste ik dat ze s’ ochtends een keer zou zeggen dat ze geen hoofdpijn had. Het deed mij zo pijn, dit voelde ik als kind. Ik was heel sterk en voelde mij als haar beschermengel. Op elfjarige leeftijd was ik al brood aan het kneden en hielp ik in het huishouden. Mijn moeder wilde mij dat allemaal leren zodat ik later een huis kon runnen. Het was haar taak om mij goed op te voeden.

Ze koos ervoor om alternatieve geneeswijze te gaan opzoeken in Marokko. Ze kon niet tegen ziekenhuizen en zocht daarom hulp in de alternatieve richting. Ze dacht ook meteen: ‘Ik ga dood!’ Het was toen nog niet zo ernstig. Na 1,5 jaar kwam ze terug, ik was toen 24 jaar. Maar toen was het te laat en konden de artsen niets meer doen. Ze was teruggekomen omdat ze graag naar ons wilde komen en de hulp niet aansloeg in Marokko. Een half jaar later overleed ze in Nederland.

Ik had een heel goede band met mijn moeder. Ik was haar enige dochter. Ik was heel bang om mijn moeder kwijt te raken en was continu bang en verdrietig. Ik wilde een ding: Dat zij zou leven. Toen voelde ik het zo in het proces. Mijn moeder leed pijn en ik wilde dat zij ging leven voor mij. Zo dat ik haar kon zien! Ze was alles voor mij en we deden samen heel veel.  Ik dacht: ‘Als mijn moeder dood gaat, ga ik ook dood.’

Toen ze stierf

Ik zocht haar veel thuis op in dat half jaar dat ze thuis in Nederland was. Ze werd thuis verzorgd door mijn schoonzussen omdat ze samen woonden. Ik kwam in het weekend thuis bij haar langs. Ze was te trots en ze wilde geen luiers, ze ging op de po-stoel. Ze was die dag warrig en ze was aan het tellen. Ze was met haar ene hand aan het tellen op de andere hand. Ze telde steeds vier. We begrepen pas achteraf wat ze bedoelde! Ik nam verlof en ging de vierde dag naar haar toe.  En toen ik kwam ging ze dood. Ze bedoelde dus te zeggen ‘nog vier dagen heb ik te leven’. Ze gaf een signaal af.

Ik was die dag bij haar toen ze stierf. Ze haalde heel raar adem de hele tijd. Nu begrijp ik pas wat het was. Ze kreeg medicijnen, hierdoor was ze niet bewust aanwezig en dan had ze minder pijn. Ik kon hierdoor niet met haar communiceren. Ze kreeg palliatieve sedatie, omdat morfine niet meer werkte. Ze was aan het hijgen. En het was heel raar, ik zat er gewoon bij. Als ik nu terugdenk dan denk ik: ‘Ja, ze was de geloofsovertuigenis, de Sahada, aan het doen. Ik dacht dat ik heel heftig zou reageren.  ‘Ben ik nou egoïstisch?’, zei ik tegen mij zelf. ‘Mijn moeder is nu dood! Waarom reageer ik anders?’ Ik voelde me rot,  maar reageerde niet zo heftig als ik dacht. God geeft sabir, geduld. Ik bleef rustig. Zo kende ik mezelf niet.

Als ik terugdenk, ben ik eigenlijk jaren aan het verwerken geweest toen mijn moeder ziek was. Zonder dat ik het eigenlijk door had. Ik denk dat ik heel lang met rauw bezig ben geweest. Ik schrok. Terwijl mijn moeder alles was, ze deed alles voor mij en ook voor iedereen. Ze was de hulpverlener van anderen terwijl ze analfabeet was. Anderen gingen hun hart bij haar luchten. Ze hielp anderen en goede doelen. Ze was een bijzondere vrouw en heel erg geliefd. We hadden altijd veel bezoek.  Maar dat ik sabir, geduld, kreeg van ALLAH en dat ik anders dan verwachting reageerde dat blijft mij altijd bij. Hoe kon dat nou? Ik had anders verwacht.

Ik had het nog steeds wel heel moeilijk en zwaar. Daarna was ik een tijdje uit de running. Ik kon niet veel meer aan. Ik was verdrietig en altijd somber.  Ik was de enigste dochter, ik kreeg heel veel van haar. Als zij naar Marokko ging kreeg ik een hele koffer van haar. Echt waar, alleen voor mij en voor mijn kinderen. Mijn vader doet dat niet bijvoorbeeld. Ze zei altijd: ‘Laat ik je nu verwennen nu het kan. Later zal het toch niet meer kunnen!’

Ze lag op bed en toen ze overleden was kuste ik haar. Ze was anders, haar hoofd was heel zwaar net als een steen. Ik sliep in een andere kamer, maar het voelde angstig en ik was toch wel bang. Maar nu denk ik: ‘Waarom moet je bang zijn voor je moeder?’ Het is heel anders. Ik zou er nu heel anders mee omgaan dan 25 jaar daarvoor. Ik heb nu natuurlijk ook veel meegemaakt in die afgelopen periode en ook andere naasten verloren.

Weg van huis

Het pijnlijkste moment was dat ze met een auto weg werd vervoerd. Wauw, wat was dat zwaar! Die pijn voel ik nog steeds (huilt). Ze was nog bij ons, ook al was ze dood. Maar toen was ze weg, weg vervoerd naar het mortuarium, naar de diepvries! Die zwarte wagen! Erg! Deze gedachten blijven in je hoofd. Weg was mijn moeder. Nog steeds voel ik dezelfde pijn! Officieel ging ze weg. Het blijft altijd in je hoofd. Weg, weg was mijn moeder.

Wij bleven thuis en er kwam veel bezoek. Dat koste enorm veel energie. Je blijft huilen, je raakt op. Op een gegeven moment kan je niet meer huilen. De pijn blijft van binnen. Dan heb je bezoek en moet je die mensen ontvangen, dat vond ik heel lastig. Ze kwamen knuffelen en huilen. Ze zeiden: ‘De geur van je moeder dat ben jij en dat is er nog gelukkig.’ Dat vond ik heel pijnlijk. Het koste veel energie. Ze kwamen omhelzen, huilen, steeds maar weer ophalen. Ja, dat was heel pijnlijk. Ze aten Koeskoes vlees, het was een en al drukte. Gelukkig hoefde ik niets te doen. Mijn schoonzussen deden dat. Het duurde drie dagen.

Toen oudere mensen kwamen condoleren dacht ik: ‘Waarom is mijn moeder dood in plaats van jullie?’ Op dat moment was ik boos en kon het niet accepteren. Ik was toen in mezelf boos en had veel pijn. Nu denk ik dat het verkeerd was en stom was om zo te denken.

Mijn moeder is begraven in Marokko, maar ik ging niet mee. Ik had kleine kinderen, had een andere situatie. Mijn broers waren wel allemaal mee. Het was een enorm geregel. Nu denk ik: ‘Was ik maar meegegaan, had ik dat maar gedaan.’ Ik kreeg het advies: ‘Ze gaat toch begraven worden, het heeft geen zin om mee te gaan’. Nu denk ik er anders over, met mijn vader ga ik zeker mee!  Pas als iemand begraven is kan je verder.

Na het overlijden

Mijn moeder was analfabeet, kent geen cijfers. Ze was heel wijs. Iedereen kwam voor advies met zijn of haar verhaal bij haar terecht. Ze deed handel met mijn neef in Marokko. Mijn neef kocht en verkocht huizen met het geld dat mijn moeder gaf. De winst deelde hij met haar. In die tijd had zij 20.000 gulden gespaart en ze had precies aangegeven wie wat kreeg. Dat had ze al geregeld. Wij schokken er van, we hadden niet verwacht dat ze had nagedacht over de erfenis.

Ook had ze tegen mijn neef gezegd met wie mijn vader moest trouwen. Ze had iemand geselecteerd, dat deed ze om de familie bij elkaar te houden. Mijn moeder wist wie zij was en had er vertrouwen in. Ze wist dat zij goed was en dat ze geduld had. Dankzij haar keuze zijn we bij elkaar. Haar nicht had ze geselecteerd. Zij is heel lief. Zij verzorgt nu mijn vader heel lief. Ze is heel menselijk en sociaal ingericht. Ik ben er zo blij mee. Ik was na de dood van mijn moeder niet meer scherp. Ik moest de nieuwe vrouw van mijn vader accepteren en vond het toen moeilijk. Ik had geen weerstand, ik begreep het wel, maar het was heel lastig. Het is een andere vrouw, het is je moeder niet meer. Iemand anders voor haar in de plek, dat is heel lastig. Hij is binnen drie maanden getrouwd. Ik zat nog in mijn rauw en toch begreep ik het wel. Het was heel moeilijk. Ook daarna als mijn vader in het begin over haar praatte was het heel moeilijk voor mij. Al had ik geen raar gevoel bij haar, ze werd geaccepteerd.

Kijk hoe ver mijn moeder dacht! Ik vind het nu zo knap. Ik kan heel goed met de nieuwe vrouw van mijn vader opschieten. We hebben een fijne relatie en zeg ook tegen mijn vader dat hij lief tegen haar moet zijn en haar goed moet verzorgen.

Blijvend verdriet en de toekomst

Bij mijn moeder kon ik mijzelf zijn, ik hoefde bijvoorbeeld niet te letten op wat ik zeg. Ik kon boos worden tegen haar. Die relatie miste ik enorm en daar had ik heel lang moeite mee, ik voelde me alleen. Ik had ook geen zus. Wel broers, maar dat is een andere relatie. Dat is een andere relatie dan met zussen onderling. Zij verwerkten het op een andere manier en zij woonden allemaal bij elkaar. Ik was alleen. Ze belden wel, maar het voelde anders. Zij gaan ervan uit dat het goed gaat, maar dat is niet zo. Zij leven meer op zichzelf. Ik heb gemis in me. Mijn moeder belde elke dag, nu doet mijn vader dat maar dat voelt niet hetzelfde. Altijd belde mijn moeder en we hadden fijne gesprekken. Dit is pijnlijk, maar ik probeer het de afgelopen jaren echt los te laten. Het is onschuldig, mannen zijn anders.

Toen mijn schoonmoeder terminaal ziek werd heb ik alles gedaan, alles wat ik kon in de zorg en in het regelen. Ik was daar veel meer betrokken dan bij mijn moeder. Voor mijn moeder kon ik het niet doen en achteraf vind ik dat best erg. De dood van mijn schoonmoeder accepteerde ik en heb ik goed verwerkt. We hebben heel goed afscheid genomen. Bij mijn eigen moeder kon dat allemaal niet. Nu denk ik: Achteraf had graag met haar willen praten. We hebben samen nooit over de dood gepraat. Met mijn moeder heb ik niet alles bewust meegemaakt. Ik was te jong en had kleine kinderen en woonde op afstand. Maar ook nu nog betekend mijn moeder heel veel voor mij. Dankzij deze ervaringen werk ik nu als mantelzorg consulente en heel specifiek met en voor vrouwen met een biculturele afkomst.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.