Niet meer willen leven, maar bang om te sterven

door: Sandra

Niet meer willen leven, maar bang om te sterven

Soms wil een cliënt niet langer leven. Zoals in dit verhaal, waarin een vrouw bewust stopt met eten en drinken. Haar verzorgende vindt dat lastig. Vooral omdat de vrouw veel aandacht vraagt. Kan zij dit zomaar laten gebeuren? “Ze heeft het nog heel lang volgehouden.”

We hebben een mevrouw in de zorg gehad en die wilde niet meer leven. Zij stopte met eten en drinken.

Ze had geen kinderen of andere familieleden. Ze was vroeger een non geweest in het klooster en was wel getrouwd geweest. Ze was een mevrouw die heel erg op zichzelf was eigenlijk. Ze hield de regie in eigen handen en wilde het liefst zo min mogelijk zorg. Zo lang mogelijk wilde ze alles uitstellen en alles op haar eigen manier. Een mevrouw met een hele sterke eigen wil.

Ik kwam in het begin vaak alleen om haar ogen te druppelen en kousen aan te doen. Langzamerhand ging ze steeds verder achteruit. We moesten haar helpen met douchen. Ze kreeg vanwege hartfalen open wonden aan haar benen waardoor ze niet meer op haar benen kon staan. Ze hield steeds meer vocht vast en het ging steeds slechter met haar. Dat voelde ze denk ik ook.

Omdat ze niet meer kon lopen werd er een katheter ingebracht en lag ze vooral op bed. Ik denk dat ze aanvoelde dat het zo niet meer van haar hoefde. En ze besloot: ‘Ik ga niet meer eten of drinken, ik wil dood. Dit is geen leven voor mij.’

Er is toen overleg geweest met de huisarts en met de wijkverpleegkundige, zo heeft zij besloten dat ze geen eten en drinken meer zou gaan nemen zodat ze zou gaan sterven. Daar moet je dan ook in mee gaan. Terwijl, dat is ook wel tegen je gevoel in. Ik vond het moeilijk om aan te zien dat ze niet meer ging eten en drinken. Daar worden we toch mee groot gebracht? Dat kom niet in je hersens voor. Ik vond het tegelijkertijd ook knap dat ze dat zo doorzette. Ik vond dat nogal een beslissing. En ik kon er ook wel in meekomen, met alles wat ze had en niet meer kon. Ik dacht: ‘U hebt ook eigenlijk wel gelijk ook.’

Je komt daar dan de eerste volgende keren binnen en vraagt dan toch: ‘Kan ik nog iets voor u doen? Kan ik nog iets voor u klaarmaken?’ We boden het in het begin nog wel aan. Ze heeft namelijk momenten gehad dat ze niet meer wilde eten en drinken, toen wel weer en toen toch weer niet. Tot op het moment dat ze het helemaal niet meer kon en deed. Toen werd haar lichaam zo verzwakt. Op dat moment hebben we het ook niet meer aangeboden.

Ze heeft het nog heel lang volgehouden, wel twee tot drie weken, dat is echt heel lang. Dat komt eigenlijk niet voor. En dan zie je dat iemand helemaal uitgemergeld wordt op een gegeven moment. Het was een behoorlijk forse vrouw. En dat was wel naar, om dat lichaam zo te zien uitmergelen. Ja, dat was erg confronterend.

Ondanks dat ze bleef doorzetten en haar besluit had genomen zag je ook dat ze bang was. Ze werd ontzettend onrustig. Ze alarmeerde heel vaak, drukte dan op haar alarmbel zodat er iemand zou komen. Ik kreeg vervolgens bericht van de centrale dat ik er heen moest. Ze belde dan over dat er iets niet goed lag of dat ze was gevallen. Eenmaal bij haar binnen was dit niet aan de hand, maar je zag gewoon dat ze angstig was. Dat ze wilde dat er iemand bij haar was. Dat sprak ze niet uit, maar dat kon ik voelen en zien. Je voelde die strijd bij haar.

En ook vaak als je net weer buiten was dan hoorde je: ‘Help! Help!’ Dan dacht ik: ‘Wat moet ik nu?’ Dan ging ik terug. Ik ging op zulke moment bij haar zitten, dan praatten we wat. Maar ja, je voelt ook de druk. Je moet verder naar de andere cliënten. Dat voelde zij ook natuurlijk. Ik moest dan wel zeggen: ‘Mevrouw, nu moet u niet meer bellen. Ik kom straks weer bij u voor zorg. Ik moet even het buitengebied in en kan niet de hele tijd bij u zitten.’ En op dat moment vond ze dat dan ook goed, maar dan was je net in het buitengebied, dan was je net weer bij een andere klant, en dan kwam haar alarm weer. Dan kon je weer terug.

Voor de onrust kreeg ze rustgevende medicatie, in samenspraak met haar, de huisarts en de wijkverpleegkundige. Zo was ze ook steeds vaker in slaap, vanwege de morfine. Natuurlijk wel met haar toestemming. En op het laatst is ook de Noaberhulp ingezet, de palliatieve zorg vrijwilligers. Die konden er gelukkig voor zorgen dat ze niet alleen hoefde te zijn in de nachten. Mooi is dat ze uiteindelijk niet alleen hoefde te sterven, een vrijwilliger van de Noaberhulp was op dat moment bij haar.

 

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.