Bellefleur en Franse wijnperen

Cliënten kunnen ’s nachts nog veel te verwerken hebben. Als vrijwilliger kom je dan veel te weten over het leven van iemand. Deze vrijwilliger sluit soepel aan bij de wereld van de cliënt. “En met dat ik terugliep naar het bed, kreeg ik de ingeving: ik ga een spelletje met hem doen. Ik ga het over appels en peren hebben, want wij hebben vroeger ook zestig soorten fruit gehad.”


“Ik was bij een man, hij was fruitteler en was altijd alleen geweest. Hij was terminaal en nu was hij bij zijn schoonzus. Hij zei: ‘Ja, ik ben hier eigenlijk op visite.’ Hij had een hersenbloeding gehad en was half verlamd, dus hij kon niet uit bed. Maar hij sliep nog een beetje onrustig. Mensen zijn ’s nachts alles nog aan het verwerken, daar is die nacht en slaap ook voor. En ik zeg: ‘Nou, dan gaan we een portie slapen nou. Dan ga ik op de bank liggen.’ Hij: ‘Ja, Frans, dat is goed.’ Hij zegt: ‘En nog bedankt hè, dat we zo lekker gepraat hebben. En dan ga ik nou toch rustig slapen.’ En ineens springt hij op uit zijn bed. En ik was er al een paar nachten geweest, dus ik was niet meer vreemd daar. Hij zegt: ‘Frans. De koeien moeten gemolken worden, er moet een klets water over mijn gezicht heen en een bak koffie. De goudrenetten moeten geplukt worden. Ik wil eruit, eruit!’

Ik denk: hoe ga ik hiermee om? Ik dacht: eerst bij zijn bed blijven staan. Ik zeg: ‘Meneer Vermolen, ik ben bij je hoor.’ ‘Ja Frans, dit moet gebeuren, dat moet gebeuren.’ Ik zeg: ‘Nou, dan beginnen we met koffie.’ Hij: ‘Dat is een goed idee.’

En ik was in de keuken een bakkie aan het zetten en hij zat maar te roepen: ‘En de koeien moeten gehaald worden en een klets koud water in mijn gezicht en de goudrenetten moeten geplukt worden.’ En met dat ik terugliep naar het bed, kreeg ik de ingeving: ik ga een spelletje met hem doen. Ik ga het over appels en peren hebben, want wij hebben vroeger ook zestig soorten fruit gehad. Ik zeg: ‘Meneer Vermolen, jij weet heel veel van appels en peren hè?’ ‘Ja, altijd in de fruit gezeten. En vroeger ook, die oude soorten.’ Ik zeg: ‘Zullen wij een spelletje doen? Wie de meeste appel- en perensoorten op kan noemen, maar je mag er maar één noemen iedere keer. Jij een, ik een, jij een, ik een.’ En dat duurde een tijd, want hij kende er veel, hoor. En ik kende er ook veel.

En ik weet heus wel dat je bij mensen achter in die boekenkast moet zijn, die ervaring heb ik wel. En we deden het en hij werd rustig. Hij zegt: ‘En hoe gaan we nou verder?’ Ik zeg: ‘Ik denk, het is vijf uur, ik denk dat we een potje gaan slapen. Want dat is beter voor je schoonzus, beter voor jezelf.’ En zo’n nacht is toch gebroken, dus ik viel net helemaal diep in slaap en ineens vloog hij omhoog en hij zegt: ‘Frans! Ik ben er twee vergeten! Bellefleur en Franse wijnperen!’.”

De gebruikte namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Over de schrijver

Frans werkt al jaren als vrijwilliger bij de palliatieve thuiszorg. Dit is zijn verhaal.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.