Haar hele levensverhaal

In de ontmoeting tussen cliënt en vrijwilliger kan er veel gebeuren. In deze nacht luistert de vrijwilliger naar het verhaal van de cliënt over haar leven en haar gedachten over het leven hierna. “Het was zo, ja, zo wijs. Dat ik dacht: als ik zo kan sterven, nou, daar doe ik het voor.”


“Er is een vrouw die mij heel erg is bijgebleven. Ten eerste was zij net zo oud als ik, 63, toen ze ziek was. Die vrouw was helemaal, ik zeg het een beetje grof, ze was helemaal uitgekankerd. Ze was héél mager, geen vijftig kilo meer of zo. Ze woonde alleen, haar kinderen woonden wel in de buurt. Ze wilde alles heel lang zelfstandig doen. De kinderen wilden heel graag dat er ’s nachts hulp kwam.

Wat mij zo ontzettend aansprak was dat die vrouw geestelijk zó krachtig was, terwijl je lichamelijk zo aan het einde bent. Wat ik zo bijzonder vond, ze zei tegen mij: ‘Ga maar op de bank liggen. Ga maar lekker liggen’. Dus er was zo’n bankstel en ik dacht: ik ga natuurlijk zo liggen zodat ik haar zie. Ze zei: ‘Ik ben nog helder genoeg, ik kan jou wel roepen als ik jou nodig heb.’ Nou en ik lig daar lekker zo met haar. Ik daar het hoofd en zij daar op bed. En toen heeft zij twee uur lang ofzo over haar leven verteld. En dat is dan zo … Ik heb daar in totaal vier nachten geslapen en dan in de nacht met één lichtje aan en je ligt daar samen en zij vertelt over haar leven. Ze was heel spiritueel, met magnetiseren en met reiki. En ze vertelde over haar leven. Ze geloofde in een leven hierna, in een reïncarnatie. Ze was in Mongolië geweest en daar had ze een hele mooie foto van dat ze op een paard zat. Daar had ze zo de vrijheid gevoeld en ze was in het leven zo begrensd geweest. Ze had echt zoiets van: ‘In een volgend leven begrens ik mezelf niet meer zo.’ Het was zo, ja, zo wijs. Dat ik dacht: als ik zo kan sterven, nou, daar doe ik het voor. Dit is zo bijzonder.

Weet je, ook voor haar naasten. Ze had haar ex-man laten komen want ‘die man had het nodig’, zei ze. Dus hij mocht ook komen om afscheid van haar te nemen. Zo. Ze was én heel goed bij zichzelf, maar ze keek ook heel goed naar de ander. Ik dacht: nah, als je zo je leven kan beëindigen. Dat heeft mij geraakt. Ik denk: dat is een voorbeeld voor mij die vrouw. Helemaal, helemaal prachtig.

 

Ik dacht: hoe is het toch mogelijk dat wij hier, terwijl wij elkaar niet kennen, dat er een soort gevoelsstroom tussen haar en mij was. Terwijl, ik lag daar op de bank en hier was haar bed. Dat je dan zo met elkaar in contact bent. Ik kan het niet anders zeggen dan een soort gevoelsstroom, een verbinding. Terwijl je elkaar niet kent. En misschien is dat juist ook wel omdat je elkaar niet kent. Want ik kende haar leven niet, dus zij kon ook haar leven vertellen. En dus wat is Er zijn, op dat moment ben je daar en je hebt een verbinding en je luistert en je zegt wat terug. Heel gelijkwaardig. Ja, je kan het niet precies zeggen. Het is meer in het gevoel. Ik voelde mij ontroerd en blij, ook blij. En bewondering, ook voor haar had ik echt heel veel bewondering.”

Over de schrijver

‘Ik doe terminale thuiszorg, vooral ‘s nachts. Er zijn weinig mensen te vinden die het ’s nachts willen doen, dus ze bewaren mij het liefst voor de nachtklussen’.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.