Gewoon het bedhek omhoog doen

Het vrijwilligerswerk in de palliatieve thuiszorg verschilt van het vrijwilligerswerk in het hospice. Deze vrijwilliger moest een tussenoplossing bedenken voor een medisch probleem, die zowel voor de cliënt, als voor de echtgenote goed was. “Het is dan gewoon intuïtief handelen. Ik denk dan: dat vrouwtje voelt zich niet veilig, dat snap ik. Hoe lossen we dat op?”

“Het contact met de mantelzorger vind ik bijna nog wezenlijker dan het contact met de persoon die terminaal is. Er was een Indisch vrouwtje en haar zieke man, daar ben ik twee of drie keer geweest. Als je in de kamer rondkeek, zag je allemaal Indonesisch houtsnijwerk en militaire boeken. En die man is twee meter en dat vrouwtje anderhalve meter. Dan heb ik vrij snel geconcludeerd dat we het hier over een Nederlands KNIL-militair hebben, met zijn vriendin. Die man die commandeerde echt rond. Dat was echt een man van: als hij één woord kon gebruiken, dan zou hij er zeker geen drie gebruiken.

De eerste keer kon hij nog op de postoel en de tweede keer dat ik kwam was hij eigenlijk fysiek zo vermoeid dat ik het eng vond om hem op de postoel te helpen. Ik had zoiets van: dat wordt niet wat. En zij was nog kleiner dan ik en nog veel vermoeider. Ze had zelf hartkwalen en weet ik veel wat. Ze durfde eigenlijk geen slaapmiddel te nemen, voor het geval dat. Helemaal doorgedraaid. Echt een lief, klein, schattig vrouwtje. Ik dacht: dit kan niet. Hoe zorg ik nou dat zij heel blijft? En zo, dat hij er geen last van heeft?

Ze zag er tegenop, want ik ging om zeven uur weg en de wijkverpleging zou rond een uur of elf komen. Ik zeg: ‘Wat zou u ervan vinden als we gewoon het bedhek omhoog doen en uw man in het urinaal laten plassen?’ Dat vond ze wel helemaal geniaal, natuurlijk. Dus ’s morgens zei die man: ‘Ik moet plassen.’ Ik zeg: ‘Nou, hier is uw urinaal. Doet u maar.’ En dat ging prima. En vervolgens heb ik het hek omhoog gedaan, zodat die vrouw even veilig zichzelf boven kon aankleden zonder dat hij eruit zou rollen. Dat vond ik een prima tussenoplossing.

Toen kwamen we later in het hospice, ter voorbereiding op een training en hadden wij het over gevallen die je zou willen bespreken. Toen heb ik dit verhaal ingebracht. En toen werd er onmiddellijk geconcludeerd: ‘Maar dat mag helemaal niet! Dan beperk je hem.’ En ik denk: dat mag helemaal niet? Dat is een hospice-regel, wat heb ik daar mee te maken, als ik thuis alleen ben? En dat is een wezenlijk verschil in regels en hoe het hoort en wat wel en niet mag, óf een veilige situatie voor een mantelzorger creëren.

Ik ging uitleggen: ‘En wat vind jij waardig dan? Moet hij dan eerst ernaast liggen, moet ik dan om drie uur ’s nachts een ambulance bellen om die man weer terug in bed te krijgen? Vind je dat waardig omgaan met iemand?’ En het is gemakkelijk geredeneerd vanuit de hospice-kant, maar de praktijk in de thuissituatie is echt anders. En dat wilde ik dat vrouwtje ook niet nog mee laten maken. Die kan zichzelf niet in bescherming nemen tegen veertig jaar achter iemand aan gerend hebben en blind gedrild zijn.

Het is dan gewoon intuïtief handelen. Ik denk dan: dat vrouwtje voelt zich niet veilig, dat snap ik. Hoe lossen we dat op? Nou, hek omhoog. Zorgen dat zij veilig is, totdat de eerstvolgende komt helpen. Ja, en die intuïtie klopt eigenlijk altijd.”

Over de schrijver

Ze werkt al een tijdje als vrijwilliger bij de palliatieve thuiszorg en maakt er veel mee. Hier deelt ze haar verhaal met ons.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.