Niet gericht op familie

Voor de familieleden zijn de vrijwilligers erg belangrijk. De zorg voor hun dierbare wordt in de handen gelegd van de vrijwilligers. Dat betekent ook dat de familie hen goed in de gaten houdt. “Het is gewoon een blik, een manier, de intonatie die dan het verschil maakt zeg maar.”


“Bij binnenkomst was er een vrijwilligster, zij was heel vriendelijk en heel warm. Een heel warm persoon. Ik heb al snel zoiets van ‘oh dat doe ik zelf wel even’. Ik wil niemand tot last zijn. Maar ze nam alles uit handen en ze liet je echt voelen alsof mijn moeder een speciale gast was. Dat voelde heel prettig. Niets was te veel, niets was te veel moeite. Het voelde aan de ene kant wel moeilijk om dat los te laten, want ik voel snel dat ik tot last ben. Maar dat was helemaal niet zo. Ze deed echt alles, ze wilde alles en ze vroeg meerdere keren of ze nog iets kon doen. Dat was een heel fijn gevoel. Heel warm.

Je denkt natuurlijk wel van, we zijn hier natuurlijk al, we krijgen hier al de zorg. Dan denk je van: de koffie kunnen wij zelf wel even pakken en zo. Maar dat deden de vrijwilligers allemaal zonder enige moeite voor je. De een wel minder op die manier, dan de ander. Maar dat is denk ik heel persoonlijk.

Er was een vrijwilligster, die was niet minder hartelijk, maar die kwam wat stugger over. Ik heb haar op twee momenten meegemaakt. Toen was ze wat kort. Niet onaardig, maar ik zou er niet zo snel even gezellig een praatje mee houden. Ik had niet het idee dat ze daarop zat te wachten. De meeste vrijwilligers kwamen binnen met: ‘kan ik wat drinken maken?’ of ‘kan ik je moeder nog ergens mee helpen?’ Maar zij was er echt alleen voor mijn moeder, niet gericht op de familie. Dat is natuurlijk prima. De een is wat meer open en de ander is wat meer waarvoor ze daar is.

Ik vroeg aan die vrijwilligster of ik een keer de map in zou mogen zien. Toen vroeg zij: ‘Oh, hoezo?’ Niet dat ze hem niet gaf, maar ik dacht: van haar hoeft het allemaal niet zo. Toen dacht ik: is dat dan nog wel de bedoeling? Of denkt zij dat wij achterdochtig zijn om iets? Dat was helemaal niet zo. Ik had er ook nog nooit naar gevraagd, maar mijn nichtje, die is arts en die kijkt er natuurlijk helemaal anders naar, en die was daar en zij wilde het weleens zien. Vandaar dat ik daar toen wel om vroeg. Maar ik kreeg hem gewoon mee, niets aan de hand. Het is gewoon een blik, een manier, de intonatie die dan het verschil maakt zeg maar. Dat ze misschien dacht dat wij iets niet vertrouwden.

De ene vrijwilliger is een stuk warmer en hartelijker dan de ander. Meer interesse in het leven van ons. De ander kwam alleen binnen om mijn moeder te verzorgen, of een broodje te maken, of om te vragen of ze ergens nog mee konden helpen. Maar sommigen kwamen er ook echt bij om een praatje te maken, wat ik persoonlijk prettig vond. Dat ik dan dacht van: vindt die persoon het dan wel fijn dat ik zelf ga praten? Weet je, dat wist ik niet zo goed. Ik zie alles. Ik let op elk minuscuul beweginkje.”

Over de schrijver

Deze dochter kijkt terug op de tijd dat haar moeder in het hospice lag. Ze kwam dagelijks langs met haar familie. Ze vertelt hier over het werk van de vrijwilligers en wat het met haar deed.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.