Zij bepaalt niet alles

Bij iemand anders thuis pas je je als vrijwilliger zo goed mogelijk aan, aan de wensen van de cliënt. Deze vrijwilliger merkt dat ze hier wel een grens in heeft. “Ik denk: dit is mijn grens. Zij bepaalt niet alles. Dus dat is ook moeilijk, hoe je daartoe moet verhouden.”


“Ik was bij een mevrouw en die mevrouw wilde helemaal niet dat je er was. Die was gewoon boos: ‘Mijn dochter wil dat jullie hier zijn. Ik ben helemaal niet ziek. En de buurtzorg wil dat jullie er zijn. Maar je hoeft mij niet te helpen.’ En je mocht in de kamer zitten, maar er mocht geen lichtje aan. Naja, dan zeg ik: ‘Ik doe wél een lichtje aan.’ Want bij die vrouw dacht ik: hier moet ik wel waakzaam zijn. Hier ga ik niet op de bank liggen. Ja, dat kan je niet zeggen waarom dat zo is. Ik lag te ver van haar af. Als ik bij iemand in de huiskamer lig en het bed staat daar, maar zij sliep in haar eigen slaapkamer. Nou, daar zat dus een hal tussen. Dan weet je: Ze kan het niet zien dat ik het licht aan heb, dat kán niet. En toch denk je: ik moet heel voorzichtig lopen. Je loopt dan bijna op je tenen.

Die vrouw die wilde niet. Ze wilde niet dood en ze wilde niet dat er iemand was. Naja, dat is heel lastig. Het was een dame die haar hele leven heel erg voor zichzelf had gezorgd. Het was ook een dame. Ze had allemaal hele mooie spulletjes. Het was een vrouw van het verzamelen van allerlei mooi glas. Ik dacht: die vrouw die vindt dat ook niet fijn dat al die vreemden daar hele nachten gewoon zitten in haar spulletjes.”

Dus ineens scharrelt ze met haar rollator door die hal heen. Ik denk: shit, is ze mij toch ontkomen? Want straks valt ze. Ze was heel wiebelig op de benen. Maar ze dacht: ik zal het zélf doen. Nou, en dat is echt doorgegaan. Ik ben er meerdere nachten geweest en dan kreeg je op de kop. Dan zat ik bijvoorbeeld wel in de keuken aan de keukentafel. Ik houd van mandala’s kleuren ’s nachts. Ja, dat doe ik dan. En dan zei ik tegen haar: ‘Ja, ik doe wel een lichtje aan.’ Ik denk: dit is mijn grens. Zij bepaalt niet alles. Dus dat is ook moeilijk, hoe je daartoe moet verhouden. Dus waar leg ik mijn grens? Want ik ga hier niet de hele nacht in het pikdonker zitten. Terwijl zij in een slaapkamer verderop lag, zij kon het nauwelijks zien. Zij was er totaal op gefocust.

En ze was gewoon boos. Dat ze ziek was, dat ze doodging, dat haar dochter niet bleef ’s nachts. Want haar dochter was er tot elf uur en die ging dan als ik kwam heel snel naar huis. Want zij was de enige die hier in de stad woonde. Dus die was de enige die de zorg verleende, dus die had het gewoon hartstikke zwaar. Dus ja, daarvoor doe het dan ook.”

 

Over de schrijver

‘Ik doe terminale thuiszorg, vooral ‘s nachts. Er zijn weinig mensen te vinden die het ’s nachts willen doen, dus ze bewaren mij het liefst voor de nachtklussen.’

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.