“Hij was allang Hans niet meer”
Ongeveer een half jaar geleden overleed Hans, de man van Els (75). De laatste twintig jaar van zijn leven zorgde Els voor hem: ‘Eerlijk gezegd: dat hij er nu niet meer is, ervaar ik echt als bevrijding.’
Ongeveer een half jaar geleden overleed Hans, de man van Els (75). De laatste twintig jaar van zijn leven zorgde Els voor hem: ‘Eerlijk gezegd: dat hij er nu niet meer is, ervaar ik echt als bevrijding.’
Voor een vrijwilliger in het hospice draait het allemaal om de gast. Je wilt voor hem of haar nog iets betekenen. Zelfs als dat ongemakkelijk voelt. Zoals in deze situatie, waarin iemand om gebed vraagt. “Dan kan je niet meer weglopen.”
Een klein gebaar kan diep raken. Alle vrijwilligers kennen die eenvoudige momenten waarop iets moois ontstaat. Zoals bij deze vrijwilliger die voorover buigt om een gast beter te verstaan. “Hij ruikt aan mijn aftershave en zegt: ‘Mijn zoon’.”
Vrijwilligers helpen ook bij de persoonlijke verzorging van gasten, zoals douchen. Soms levert dat spanning op. Zoals een mannelijke vrijwilliger die net iets te luchtig praat tegen een vrouwelijke gast. “Het was ook min of meer de toon die hij aansloeg.”
Vrijwillige palliatieve thuiszorg biedt uitkomst als mensen niet naar een verpleeghuis of hospice willen. Deze dochter woont tijdelijk bij haar moeder om goed voor haar te zorgen. Ze houdt het vol dankzij inzet van vrijwilligers. “Ik vind tehuizen echt gruwelijke oorden.”
Het duurt soms lang voordat mensen de zorg van vrijwilligers inroepen. Mantelzorgers hebben dan al een zware periode achter de rug. Zoals in dit verhaal. Een echtgenoot raakt helemaal overbelast. Totdat er hulp komt. “Hij heeft haar hand vastgehouden.”
Als vrijwilliger in de palliatieve thuiszorg ben je vaak alleen. Je maakt ook zelf een inschatting wanneer je beroepsmatige hulp inschakelt. Dat is verantwoordelijk werk. “Toen dacht ik: nou, dan ga ik gewoon de buurtzorg inroepen. Weet je, dan moet je besluiten nemen.”
Een cliënt houdt thuis zo lang mogelijk regie. Als vrijwilliger probeer je goed aan te sluiten op de wensen. Maar niet tegen elke prijs, vertelt deze vrijwilliger. “Ik denk: dit is mijn grens, zij bepaalt niet alles. Dus dat is ook moeilijk, hoe je daartoe moet verhouden.”
Hoe gezellig maak je het ’s nachts? Waar trek je als vrijwilliger de grens? Want nachtrust is belangrijk. Ook in die laatste weken. In dit verhaal wil de cliënt steeds opblijven. Want het is zo gezellig. “Zij wilde gauw een kopje thee hebben en een beschuitje met aardbeien.”
Relaties kunnen behoorlijk verschillen. Een vrijwilliger die ergens in huis komt, moet zich steeds aanpassen. Zoals in dit verhaal, waarin de cliënt ogenschijnlijk goed naar zijn vrouw luistert. Maar als zij op pad is, wil hij al het bed uit. “Zijn vrouw stond wel op haar strepen.”