Een schipper die dát doet

Voordat je een vrijwilliger ontmoet, bedenk je wat voor type mens het zou kunnen zijn. Dat de vrijwilliger ook een schipper kon zijn, had ze nooit gedacht. “En dan zie je zo’n schipper, die meestal een beetje ruwe basten zijn, die zie je dus mijn man voeren. En dat zijn dingen, daar krijg ik nu nog een beetje kippenvel van.”


“We zijn schippers geweest en komen daar in het hospice dus ook een schipper tegen. Die man is aan de wal gegaan, wist eigenlijk niet goed wat hij moest doen, wilde toch wat en is dit gaan doen. En dan zie je zo’n zelfde schipper, die meestal een beetje ruwe basten zijn, die zie je dus mijn man voeren. En dat zijn dingen, daar krijg ik nu nog een beetje kippenvel van. Dat is zó echt. Een schipper, die dát doet. Dat kan helemaal niet. Maar het is wel zo. En dat verwacht je dus niet. Dat dit soort mensen dat durven. Want dat vind ik ook nog wel iets hoor. Het lijkt mij dus niet zo prettig, als je niet weet hoe dat allemaal gaat, dat je mensen begeleidt die gewoon langzamerhand gaan sterven. Want bij mijn man zag je dat hij per dag achteruitging. En dat moet je allemaal meemaken als vrijwilliger.

We hebben ook nog een aparte kaart van hem gekregen. Ook van iemand van het hospice hoor. Die mevrouw is ook nog langs geweest. Dat vind ik ook mooi. Maar Joep schreef vanuit zijn huis, een kaart. En daar schreef hij ook zijn postcode bij, want ik weet niet waar die man woont, laten we eerlijk zijn. Dus zo kon ik hem ook even een kaartje terugschrijven.

We kennen die man ook. Zijn zoon kennen we, die is directeur van een groot scheepsvaartbedrijf. De scheepvaart die kent hem wel, dus dan blijft hij je bij. En voor Joep was het eigenlijk ook, laten we het maar even ‘leuk’ noemen, dat hij ons daar trof. Hij wist wie het was. ‘Wij zijn een schippersgezin’ vertelden wij. Oh, hij was ook een schipper geweest. ‘Hoe is dan je naam?’ Zo gaat dat, het is een klein wereldje. Hij had ook altijd Rijnvaart, wij hadden ook Rijnvaart. Al ken je de persoon niet, je weet wel van welk schip. Dat je hem daar dan niet alleen tegenkomt, maar dat hij mijn man aan het voeren is. Dat is een gebaar, dan denk ik, dat is toch fantastisch! Dat deed echt wat met mij. Ongelooflijk. Dat vond ik heel mooi.

Wij hadden ook gesprekken, en echt niet over scheepvaart hoor. Dat doe je ergens anders, dat doe je als je op visite bent. Natuurlijk wel even, van hoe zit dat dan. Maar daar wordt verder helemaal niet over gesproken. Maar wel over hoe kom je hier, hoe is dat gegaan. En dat vertelde hij dan. Hij wilde toch iets doen en dit vrijwilligerswerk had hij van iemand gehoord. Dat wilde hij dan wel proberen. ‘Nou’, zegt hij, ‘ik vind het fantastisch’. En dat vind ik bijzonder. Meestal denk je aan mensen die hele schone handen hebben en strak in het pak zitten, ik noem maar wat. Maar je ziet geen stratenmakers, bij wijze van spreken. Nou, een schipper zie ik ook een beetje zo. Die zie je niet, denk je. Maar die zie je daar dus wel. En dat vind ik bijzonder.”

 

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.