Angst voor de hel

Doodsangst. Vrijwilligers zien het bij gasten gebeuren: vlak voor het overlijden wordt iemand soms onrustig, hij/zij blijkt bang te zijn voor de dood. In dit verhaal is de gelovige gast overtuigd dat hij naar de hel gaat en dat hij daar nooit meer uit zal komen. Een vrijwilliger vertelt. “Ik zeg: ‘Nou, u hoeft zich helemaal geen zorgen te maken’.”


“Ik was in het hospice aan het werk als vrijwilliger. Toen hoorde ik ’s nachts om drie uur aan het einde van de kamers bonken komen. Dus ik ging daar naar binnen toe en toen bleek dat de gast, een man van 79 jaar, zich helemaal had uitgekleed en hij was helemaal naakt. Hij zat in de badkamer op zijn knieën in de hoek en was met zijn hoofd tegen de muur aan het bonken.

Ik dacht: die man heeft bepaalde pijn. En ik vermoedde dat hij iets van een hersentumor zou hebben waarvan hij pijn had. Dat was de eerste gedachte die ik had. Ik ging naar hem toe, heb hem overeind geholpen en zeg tegen hem: ‘Wat is er aan de hand? Heb je ergens pijn? Kan ik je ergens mee helpen?’ Hij zegt: ‘Nee, nee, nee. Ik ga dood en dan moet ik naar de hel en daar kom ik nooit meer uit! Ik moet altijd in de hel blijven, ik kom nooit meer uit de hel vandaan.’

En als opmerking moet ik hierbij vertellen dat elke week de dominee op bezoek kwam. Die was een uur aanwezig dan en de kamerdeur ging dan dicht. En dan hoorde je door het hele gebouw heen hel en verdoemenis. Het was hel en verdoemenis. En die man was echt zwaar gelovig. En hij was er helemaal van overtuigd dat hij naar de hel zou gaan en daar nooit meer uit zou komen.

Ik was in eerste instantie helemaal verbaasd. Ik dacht: wat gebeurt en nou eigenlijk? Wat hoor ik nu? En ik zeg tegen hem, ik weet achteraf niet hoe ik erop kwam, het was gewoon een reactie als het ware. Ik zeg: ‘Nou, u hoeft zich helemaal geen zorgen te maken. Want u bent nu in de hel. Dit wat u nu hebt is de hel, en straks over twee of drie weken overlijdt u en dan komt u in een hele andere omgeving. En niemand van ons weet er iets van. Daar weet ik niets van, daar weet u niets van, en daar weet de dominee niets van. U komt in een omgeving waar we niets van afweten. Dan is de hel voorbij en gaat u naar het volgende toe.’ En op de een of andere manier, hij keek mij aan en zei: ‘Meent u dat?’ Ik zeg: ‘Ja, daar ben ik van overtuigd.’ En hij is rustig geworden en hij is inderdaad een paar weken later rustig ingeslapen.

Het was héél emotioneel. Het was veel meer voor mij, dan ik nu zo vertel. Het was heel erg. Op dat moment was ik emotioneel en ontzaglijk boos op het geloof in het algemeen. Ik was verdrietig eigenlijk, dat iemand het zo ging beleven wat er op dat moment gebeurde. En ik was eigenlijk ook achteraf heel blij dat ik toevallig een antwoord had kunnen vinden voor die man en dat volgens mij ook nog klopt ook. Dat iemand in een toestand van bijna overlijden nog eens een keer ontzaglijk bemoeilijkt werd door dat wat daarna zou gaan gebeuren. In plaats van, zo zag ik het, een geestelijke hem zou helpen, zou begeleiden, nee: hij maakte er geen drempel, maar een muur van, waar hij nooit meer overheen kon springen. Dat was hetgeen wat mij boos maakte eigenlijk, dat besef.

Ik was verbaasd over het feit dat hij zó in paniek was en dat hij zó blij was dat hij over die paniek heen kon gaan, dat hij het anders kon zien, en dat dit eigenlijk door die hele indoctrinatie heen eigenlijk het goed willen zijn voor en het goed willen hebben van de mens heel snel won. Dat verbaasde mij. Dat hij heel snel accepteerde van ‘elk mens wil het graag goed hebben’, laat ik het zo zeggen. En ik heb op dat moment ervaren hoe sterk dat ‘goed willen hebben’ eigenlijk is.”

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.