Wat is verantwoord om te doen als vrijwilliger?

In de palliatieve thuiszorg ben je vaak alleen als vrijwilliger. Je moet dan zelf een inschatting maken wanneer je iets zelf kunt doen, en wanneer het tijd is om beroepsmatige hulp in te schakelen. “Toen dacht ik: nou, dan ga ik gewoon de buurtzorg inroepen. Weet je, dan moet je besluiten nemen.”


“Ik was bij een mevrouw en die mevrouw wilde helemaal niet dat je er was. Op een bepaald moment kon ze niet meer naar de wc lopen en moest zij op de postoel. Toen riep ze wel, toen was ze weer verder in het proces. En toen ging ik haar naar de postoel zetten en ze zei tegen mij: ‘Ik weet zeker dat u mij zo meteen laat vallen.’ Weet je, dát vond ik het moeilijkste. Hoe moet ik mij verhouden tot een vrouw die niet wil, maar wel zorg nodig heeft? Ik dacht op een bepaald moment: moet ik nou voor mezelf weigeren om dit verder te doen? Maar dan moest er een ander zitten en ik wist dat ze bij een ander ook moeilijk was. Dus op zo’n moment, dat ze zei: ‘U laat mij zo meteen vallen’, toen dacht ik: ja, dan gaat het nog gebeuren ook. Dit was zo’n vrouw bij wie ik inschatte dat het dan ook gaat gebeuren. Toen dacht ik: nou, dan ga ik gewoon de buurtzorg inroepen. Weet je, dan moet je besluiten nemen.

‘Nou, dat is goed’, zei ze.
Ik zei: ‘Ik ga nu de buurtzorg bellen. Als u denkt dat ik u laat vallen dan begrijp ik dat u mij niet vertrouwt, of dat u zich niet zeker bij mij voelt. Nou, dat is voor mij een reden om nu de buurtzorg te bellen.’
Toen zei ze: ‘Dat is goed.’
Ik zei: ‘Dat is wel vervelend, want het duurt twintig minuten.’

Maar dat is de consequentie dan. En dan ben ik tevreden. Tevreden over mijn besluit. En dan achteraf piekerend. Dan denk je daar natuurlijk over na: Wat is wijs op zo’n moment? Ik weet het niet. Voor mezelf heb ik mijn eigen grenzen gemaakt en dat vind ik dan goed.

En dan voel ik mij altijd heel erg gesteund door mijn eigen loopbaan. Dat ik denk: Ja, ik heb grenzen leren stellen. En ook voor mijzelf. Ik denk: ja, straks laat die vrouw zich vallen en ik lig hier met die vrouw. Ja, dan heb ik allemaal doemscenario’s voor ogen en dan pak ik de humor er een beetje bij voor mezelf. Dat ik denk: Ja, dat moet niet gebeuren. Dus, dan bel ik echt de buurtzorg en ik denk: Ja, het is lastig voor hen, want die mensen liggen ook te slapen en die moeten dan komen. Maar die laat ik dan toch gewoon komen. Want ik denk: Ja, ik ben hier wel vrijwilliger en ik heb hier wel verantwoording. En verantwoording is verantwoorde zorg inroepen. Dus als er iets gebeurt, denk ik: Dat is mijn verantwoordelijkheid, om daarvoor te zorgen.

Dat de cliënt niet wil dat je komt of iets doet, dat vond ik heel wonderlijk. Het is de eerste en enige keer dat ik dat heb meegemaakt gelukkig. Want ik vond dat héél lastig. Dat ik dacht: wil ik hier nou nog heen, of wil ik hier niet meer heen? Naja, en dan denk je weer aan die zorg die dan overdag dan tekort is als ik ’s nachts niet zou komen. Als ik het dan kan verklaren, kan bedenken dat als ik hier niet zit er dan overdag minder zorg is, dan moet ik het zo wel beredeneren wat dan het nut is van zo’n vrijwilligerswerk.

Ik weet niet of ik het weer zou doen. Hoe ver gaat mijn liefdeswerk, zeg maar, tegen de wil van de zieke in? Dan denk ik wel: ik zit hier niet als professionele kracht, ik word hier niet betaald. Waar liggen mijn grenzen?”

 

Over de schrijver

 ‘Ik doe terminale thuiszorg, vooral ‘s nachts. Er zijn weinig mensen te vinden die het ’s nachts willen doen, dus ze bewaren mij het liefst voor de nachtklussen.’

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.