‘Laat die coma maar komen’

Een reden om vrijwilligerszorg aan te vragen, is omdat je je alleen voelt in de laatste levensfase. Er kan een betekenisvolle relatie ontstaan tussen de cliënt en de vrijwilliger. “Dat merk je aan dat je gemakkelijk praat over dingen die eigenlijk wel lastig zijn om te bespreken. Over hoe je je voelt.”


“Ik zit in de laatste fase. Alleen bij COPD kan het nog best lang duren. Het is niet zo dat je zegt van over drie maanden of over een bepaalde tijd, dat weet je niet. Het is een afgaande lijn. Je weet nooit wanneer je weer zo’n longaanval of een ziekenhuisopname krijgt. Dit jaar twee keer en iedere keer kom je er toch weer minder goed uit. En dan krabbel je er weer wat bovenop en dan ga je weer.

Op een gegeven moment dacht ik: Ja…laat ik eens kijken of er vrijwilligers zijn. En dan ging het vooral over gezelschap. Ik ben alleen en gescheiden en op een gegeven moment zijn er veel mensen om je heen die overlijden. En mijn kinderen en familie wonen verder weg.

Nu komt Wilma, een vrijwilligster, sinds enkele maanden. Ze komt één keer in de week. In het begin een uurtje in de avond, want dan was ik alweer zo op. Later zijn we ook wat meer uitjes gaan doen.

We maken eigenlijk nooit een plan. Want de ene dag ben ik tot heel veel in staat en de andere dag tot niets in staat, en alles wat daartussen zit. We kijken samen altijd hoe het komt en hoe onze pet staat op dat moment. De ene keer gaan we samen naar de stad, ik op mijn scootmobiel en zij met de fiets. Dat was heerlijk om te doen. We zijn naar het museum geweest. En daarna hebben we een kopje thee ergens gedronken, dat was een hele leuke middag. En een andere keer zitten wij alleen te praten.

Het is fijn om samen met mensen iets te doen. Eigenlijk zit ik hier hele dagen te zitten. En ik ben en was altijd iemand die graag iets onderneemt. Maar mijn lijf werkt niet meer mee. Dus als je zoiets kunt doen, dan is dat gewoon heerlijk. En dan inderdaad iemand waarmee je goed op één lijn zit en maar een half woord nodig hebt om elkaar te begrijpen, dat is gewoon fantastisch. Het klikt ontzettend goed tussen ons tweeën, heel leuk. Ja, dat is ook maar toeval natuurlijk. Dat weet je van tevoren ook niet. We zouden zo al twintig jaar al vriendinnen kunnen zijn. Dat was heel raar, het was meteen vanaf het eerste moment al goed. Dat merk je omdat je gelijk overal over kunt praten. Nu ben ik toch al niet zo moeilijk hoor. Maar het voelt vertrouwd.

We praten over alles eigenlijk. Over vroeger, hoe het thuis was. Maar ook over haar ervaring met kinderen, mijn kinderen, haar kinderen. Ze heeft ook kleinkinderen, dus dan ga je daar ook over praten. Maar inderdaad ook over hoe ik mij dan voel. Ja, dat gaat heel gemakkelijk met haar. En ik heb ook een zus, daar praat ik veel minder gemakkelijk mee. Wilma is empathisch en dat is mijn zus voor geen meter. En dat kan je ook niet leren. Dat heb je of dat heb je niet, en zij heeft dat gewoon en dat is heel gemakkelijk. Dat merk je aan dat je gemakkelijk praat over dingen die eigenlijk wel lastig zijn om te bespreken. Over hoe je je voelt. Dat ik af en toe wel denk van “pfff.” De verwachting met deze ziekte is dat je uiteindelijk in coma raakt en op een gegeven moment niet meer wakker wordt. Af en toe heb ik van die dagen, en denk ik: laat die coma maar komen. Dat zijn momenten, die zeg je niet tegen iedereen. Maar die kan ik met Wilma wel bepraten. En dat is dus heel fijn.”

De gebruikte namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Over de schrijver

Deze vrouw van eind zestig met COPD is iemand die van gezelschap houdt, de verbinding zoekt en – ondanks dat ze aangeeft niet te veel te kunnen praten, vertelt ze ons over haar ervaringen met de vrijwilligers.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.