Ruim 70 jaar hebben ze alles samen gedeeld. En dan sta je er ineens alleen voor.

Twee mensen die hun leven lang samen alles gedeeld hebben. Omgaan met het ouder worden, met lichamelijke en psychische beperkingen, waarbij het levenseinde steeds dichterbij komt en uiteindelijk afscheid volgt. Hun kleindochter vertelt over haar ervaring met de zorg voor haar opa en oma in de laatste fase van hun leven.


 

Afgelopen zomer belde mijn beginnend dementerende oma (88) mij op. Iedereen was op vakantie net als ik, ze wilde niemand bezorgd maken. Maar bij mij (haar kleindochter) had ze wel het gevoel dat ze toch kon bellen. Ik heb in de zorg gewerkt, dus mij neemt ze in vertrouwen en ik zou niet bezorgd reageren. Er was iets ergs gebeurd, opa (90) had een beroerte gehad.

Oma had goed gehandeld en direct de huisarts gebeld. Ze was enorm geschrokken, maar het was allemaal goed afgelopen. Opa was er nog, ondanks dat hij toch eventjes was uitgevallen. Zijn rechterarm kon hij niet meer bewegen. Hij had moeite met spreken en lezen, maar de wil in zijn lichaam was nog als vanouds aanwezig, evenals zijn vredelievende houding. Opa was iemand die de moeite van ouderdom over zich heen kon laten komen, kon accepteren met Rotterdamse nuchterheid en realisme. Twee favoriete uitspraken van hem zijn: “Ouderdom komt met de gebreken” en “Je gaat niet zomaar de kist in”. Waarmee hij bedoelde, je zal op het eind nog flink moeten lijden, voordat je mag gaan, maar daarna vind je troost.

Opa had een flinke tik gehad van de beroerte. Hij sliep uren, ook overdag. Maar langzaamaan begon hij weer te lopen, wilde hij weer zelf zijn boterham smeren, wilde hij weer helpen met stofzuigen. Maar oma wilde hem ontzien. Het liefst deed ze alles voor hem. Wij als kinderen en kleinkinderen zagen: deze zorgen kan oma niet meer alleen dragen. Haar lichamelijke en geestelijke gesteldheid was immers het afgelopen jaar ook flink achteruitgegaan. Boodschappen doen lukte niet meer, want ze durfde opa niet alleen te laten. Stel je voor dat hij nog een keer een beroerte zou krijgen. We besloten om de beurt allemaal een dag in de week voor hen te koken en langs te gaan. Op zeer laag tempo en voorzichtig aan, scharrelden ze zo samen door. Thuiszorg was beslist niet nodig, volgens hen.

Zelfstandigheid staat in het hoogste vaandel en dat valt niet te betwisten als je een leven lang alles zelf hebt gedaan. We hielpen waar het mocht. Na twee maanden was het hoogste tijd voor een grote schoonmaak. Een hele woensdag maakte ik het huis van kant en stofte en schrobde ik ieder hoekje schoon. Tussendoor legde ik opa voor een middagdutje onder de wol. Ik stopte hem toe, vroeg of hij nog iets wilde drinken. Hij keek me met twinkelende oogjes aan en zei: ‘Felicia, je bent zo’n lieve vrouw.’ Met de weke en emotioneel beladen toon waarop hij dat zei, wist ik: dit zegt opa niet zomaar. Opa is een man van zeer weinig woorden. Over persoonlijke, relationele onderwerpen praat hij niet. Het feit dat hij dit onder woorden wilde brengen, daar lag een extra betekenis achter. Iets in mij zei dat ik wist dat opa wist dat hij binnenkort zou sterven. Niemand in de familie dacht dat opa snel zou kunnen sterven, behalve ik.

Wat vond oma het lastig om de hulp van het schoonmaken toe te laten. ’s Avonds aten we samen. De volgende dag kwam ik weer om het laatste stukje af te maken. Oma heeft artrose en had een slechte dag. Ze kwam niet meer overeind van de wc naar bed. Ik kon haar 90 kilo niet alleen omhoog krijgen en iedere keer begon ze te huilen. Het gaat niet meer. Opa stond met de rollator en probeerde te helpen. Een uur lang probeerden we haar omhoog te krijgen. Opa was zo afgevallen van al het ziek zijn, dat ook hij geen kracht meer had om oma overeind te helpen. Ik moest mijn zus bellen, die een uur daar vandaan woont om te helpen. Ze kwam na lang wachten en samen legden we opa en oma in bed. Wat lagen ze daar tevreden samen. Ze maakten weer een grapje naar elkaar, kropen tegen elkaar aan waren innig gelukkig dat twee kleindochters bereid waren geweest hun in bed te stoppen.

Ongeveer drie weken later, op een zonnige, herfstige maandagochtend was ik aan het hardlopen. Ik kwam thuis en mijn vriend vertelde de boodschap direct: ‘Felicia, je vader belde net: opa is overleden.’ Ik was overdonderd en verdrietig. De avond ervoor had ik nog getwijfeld of ik bij opa en oma langs zou gaan of niet. Omdat we al een paar maanden iedere dag kwamen, dacht ik, ik gun hun toch maar een keer een vrije zondag. Laat ik even bij mijn eigen ouders langs gaan, iets verderop. Gewoon om hun ook weer eens wat aandacht te geven in plaats van altijd maar met opa en oma bezig te zijn. En de volgende dag, was ineens opa daar niet meer, zoals hij er de afgelopen maanden nog wel was. Hoe zwak dan ook.

Stilletjes in slaap heeft hij het leven los kunnen laten, zo vredig als hij de afgelopen jaren ook was, zo vredig lag hij in bed. Maar toch onverwacht, terwijl hij het me eigenlijk drie weken geleden al verteld. Voor mij was het geen verrassing. Voor oma wel. Die is letterlijk in tweeën gespleten. Ruim 70 jaar hebben zij, afgezien van de oorlog waarin opa naar Duitsland en Indonesië moest, alles samen gedeeld. En dan sta je er ineens alleen voor.

Oma herhaalt steeds de twee uitspraken: “Waarom mag je niet samen doodgaan?” Er spreekt een diepe oneerlijkheid uit deze uitspraak, waarom moet ik alleen achterblijven? Wat is mijn leven nu nog waard? Als ze langzaam weer tot bedaren komt zegt ze: “Ik ben niet de enige die dit meemaakt, dus dan zal ik er ook maar doorheen moeten komen”. Na drie maanden weet ze nog niet hoe, maar ze doet haar best om alleen door te scharrelen en onze ondersteuning toe te laten. En heel voorzichtig fantaseert ze mee of we samen op vakantie zullen gaan, naar de bergen in Oostenrijk of Zwitserland. Dan zie ik weer een lichte twinkeling verschijnen tussen haar betraande ogen.

 

Over de schrijver

Als verzorgende heb ik veel gewerkt in een revalidatiecentrum en in de thuiszorg. Jarenlang hielp ik ouderen met de gedachte: ‘Ik zorg zo voor hen als dat ik hoop dat er ook ooit voor mijn eigen opa en oma wordt gezorgd’. Tot afgelopen jaar die dag aanbrak, dat ik inderdaad voor mijn eigen opa en oma moest gaan zorgen. Het bleek dat zorgen voor je eigen opa en oma alleen wel zwaarder is dan voor een semi-onbekende cliënt.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.