Doodmoe als mantelzorger

Voor mensen die niet naar een verzorgingstehuis of hospice willen, is de vrijwillige palliatieve thuiszorg een uitkomst. Deze dochter is bij haar moeder gaan wonen, om voor haar te zorgen. Ze wil haar moeder zo lang mogelijk thuis houden. “Ik vind tehuizen echt gruwelijke oorden. En dat betekent dus dat ik het geweldig vind dat ik tot nu toe gesteund ben door vrijwilligers.”


“Ik heb dertig jaar lang zelf mensen moeten ontvangen die gehospitaliseerd werden. En dat ik dan degene was, die ze moest geruststellen en zag hoe ze binnengebracht werden door hun kinderen en dan maar gewoon neergezet werden in de gang of op mijn afdeling activiteitenbegeleiding. En ik was dan de eerste persoon die ze te zien kregen en waar ze contact mee hadden buiten hun vertrouwde omgeving. Dat was heel zwaar voor mij, want er is niemand die het huis uit geplaatst wil worden. Dat bestaat helemaal niet, dat iemand dat leuk vindt.

Ouders gaan vaak in een tehuis omdat ze dan weten: Dan hebben mijn kinderen rust. Nou, dat vind ik geen motivatie om iemand in een tehuis te plaatsen. En ik heb dertig jaar lang de opgave gehad om heimwee te bestrijden, dat is vechten tegen de bierkaai. Het enige wat mensen echt willen, is naar huis terug. Er is bijna niemand die het leuk vindt om in een tehuis te wonen. Ik ben alleenstaand, dus ik dacht: nooit in mijn familie dit.

Nu sta ik op het punt om lichamelijk in te storten. Ik ben erg moe want mijn moeder slaapt sinds negen maanden niet meer. Ze heeft drie keer een delier gehad door hoge koorts, door een blaas die niet werkte, enzovoort. Dus mijn moeder heeft daar wel erg aan geleden en daar angsten aan over gehouden, in de nacht ook. En ze lijdt aan doodsangst. Ze denkt dat zelf trouwens, want dat zei ze tien minuten geleden nog: ‘angst over wat komt er op mij af, als ik dit lichaam verlaat.’ Dat betekent dus dat ze niet, bijna niet, slaapt. Dat betekent ook dat ze gemiddeld tussen de vijf en tien keer per nacht roept. Voor twaalven word ik soms wel drie keer in de eerste slaap gestoord. En het is dan moeilijk om weer in te slapen dus ik ben erg moe nu, na negen maanden. Maar ik heb toch het idee van: als ik haar nu nog naar een tehuis zou laten gaan, dat het dan net zoiets is als dat ik mijn kat altijd weg moest doen, als ik op vakantie ging. Zo’n gevoel. Ik kan er niet achter staan om haar nu, ook al ben ik doodmoe, in de laatste fase nog aan een nieuwe omgeving te laten wennen. En ik heb dus heel vaak ook meegemaakt, dat mensen het zo erg vonden om bij ons te komen wonen, dat ze ook binnen drie weken stierven. Terwijl ze anders misschien nog drie jaar hadden geleefd. Dus ik ben héél erg anti-tehuis. Dat betekent dat ik de grootste bewondering heb voor mensen die thuiszorg leveren en mensen die dus vrijwillige hulp leveren. Want dat betekent dat je de mensen zo lang mogelijk thuis kan houden.

 

En mijn moeder heeft er ook een verschrikkelijke afkeer van om in zo’n situatie te zitten waar je alleen maar oude mensen om je heen hebt, want ze is psychisch eigenlijk best jong gebleven. Dat beeld van al die grijze kopjes om zo’n ronde tafel: de een zit te knikkebollen, de ander zit te gillen en de ander valt op de grond. Ik wil mijn moeder dat ook echt niet aandoen. Ik vind tehuizen echt gruwelijke oorden. En dat betekent dus dat ik het geweldig vind dat ik tot nu toe gesteund ben door vrijwilligers.”

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.