In bed, uit bed, nergens was het goed

Slapeloze nachten. De onrust van een cliënt maakt de vrijwilliger machteloos. En de mantelzorgers zijn vaak ook oververmoeid. “Wat je ook probeert, je kan ze niet helpen. En dat moet je dan ook accepteren. En niet er tegenin gaan, want dan wordt het alleen maar gekker.”


“Onrust. We hebben een keer gewaakt bij een man, die was heel onrustig. Dat vind ik een hele lastige: mensen die heel erg onrustig zijn. Hij was niet echt aan het dementeren, maar had vasculaire dementie. Af en toe hebben ze die onrust. In die nacht had hij dat heel erg. Wel tien keer in bed en uit bed. Nergens was het goed. Hij had ook sondevoeding en op een gegeven moment trok hij de slang eruit en ging dat apparaat piepen en doen. Een onrustige situatie was het.

Dan kan je proberen rust te brengen, maar dat lukt je niet. En dat vind ik dan wel lastig. Maar dat moet je ook accepteren. Wat je ook probeert, je kan ze niet helpen. En dat moet je dan ook accepteren. En niet er tegenin gaan, want dan wordt het alleen maar gekker.

Deze man kon nog best goed mee. En dan liep ik maar een beetje mee. Het was een appartement en hij lag in de woonkamer. Zijn vrouw sliep. Het was allemaal gelijkvloers. Dan liep ik gewoon maar een beetje mee met die man. Samen op de bank zitten, maar dat was ook weer niks en dan ging hij weer ergens anders heen. Voor die man is het natuurlijk ook best wel vermoeiend, als je de hele tijd heen en weer loopt en het is nergens goed.

Ja, dat vind ik lastig. Dat je de rust niet kunt brengen. Dat je eigenlijk niet veel kan betekenen, alleen maar meelopen en meedoen. Je zou het graag anders zien, dat is dan het lastige voor jezelf. Maar die man wilde dat niet, die wilde dat zo. Ik had graag gewild dat hij lekker ging slapen. Ik denk, als je zo onrustig bent, dan is dat voor hem ook niet lekker.

En het is voor mij eigenlijk niet zo erg, maar het is wel heel erg voor die mantelzorger. Want dat ging dag en nacht door. Dus dan ben je eigenlijk ook blij dat je het een nachtje op kan vangen voor zijn vrouw, zo moet je het dan zien. Voor die man kon je dan niet zoveel betekenen, maar dan ben je wel heel belangrijk voor de mantelzorger. Uiteindelijk doe ik het daar ook wel een beetje voor, voor de mantelzorger.”

Over de schrijver

Ze zijn een echtpaar en blijken genoeg te vertellen te hebben over de momenten die hen bij zijn gebleven in het werk als vrijwilligers in de palliatieve thuiszorg.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.