Vulkanen en een glaasje wijn

Zij is niet alleen diegene, die aan het sterven is. Ze is ook een mens, een moeder. Iemand met wie vrijwilligers een goed gesprek kunnen voeren of een glaasje wijn mee kunnen drinken. “Niet om het te ontkennen, maar je bent natuurlijk niet alleen maar een doodgaand persoon als je hier bent.”


“Aan de andere kant vind ik dat er juist heel erg waardig met je wordt omgegaan. Zonder dat het heel zwaar op de hand is. Het is eigenlijk ook heel gewoon. En dat vindt mijn moeder ook het leukste volgens mij, het prettigste. Dat ze ook gewoon een gesprek dat ze nog kan voeren, nog kan voeren. En niet van: ‘Oh, u bent degene die aan het sterven is’, maar gewoon eigenlijk van mens tot mens nog blijft communiceren. Gewoon dingen over het leven of dingen die zich voordoen. Niet om het te ontkennen, maar je bent natuurlijk niet alleen maar een doodgaand persoon als je hier bent. Ze is ook nog gewoon Marij, mijn moeder.

Ze heeft absoluut haar favorieten qua vrijwilligers. Soms zit dat in hoe ze zijn, sommigen kent ze al. Ze woont al 50 jaar hier in de buurt dan heeft ze met sommige vrijwilligers wel een of ander linkje. Dat helpt. Maar ook zijn er een aantal mannelijke vrijwilligers waar ze bijna naar uitkijkt als ze er weer zijn. Er is één man die er vaak ’s nachts is en die mooie gesprekken met haar heeft ’s nachts. Dat is al in het begin ontstaan. Hij komt dan met een kopje thee en een crackertje en ze heeft daar dan gesprekken mee. Dat waardeert ze énorm. Dan is ze ook echt vervult daarvan, dat dit kan. Dus die kant is er ook absoluut. Dat er heel veel wordt gebracht. De vrijwilligers vullen ook een stilte en leegte voor haar op. En het idee dat er altijd iemand is en als ze er dan zijn dat er een prettig contact is. Dat is énorm waardevol. Ze heeft dan gesprekken met hem over vulkanen, dingen van de wereld. Over iets wat er bij mijn moeder leeft of dat waar iemand op in speelt. Mijn nichtje die zat op een vulkaan en had daarvan een foto gestuurd. Dat heeft mijn moeder aan die vrijwilliger laten zien. En toen hadden ze het op een gegeven moment samen over de magie van een vulkaan en over Indonesië waar ze allebei iets mee hadden. En dat is niet één keer, maar dat zijn meerdere gesprekken geweest. Ze had heel veel wakkere uren ’s nachts en deze vrijwilliger ging dan bij haar zitten.

Mijn moeder vraagt ook veel aan de vrijwilligers. ‘Weet je wat ik dan zo grappig vind’, zegt ze dan tegen mij, ‘die is kinderrechter.’ Die vrijwilliger heeft daar dan over verteld. En mijn moeder vraagt daar ook naar, zij is ook geïnteresseerd in die mensen. Zo is er Marion, een vrijwilligster die hier ook werkt, zij kende mijn moeder al. Zij woonde bij haar om de hoek. Toen was ze eerst van: ‘Hé, jij hier?’ Zij noemde dat ook: ‘Ik woonde bij u om de hoek.’ En toen had mijn moeder gevraagd: ‘Waarom werk je hier?’ Marion vertelde over het stervensproces van haar vader dat ze had meegemaakt en toen had gedacht van ik wil hier iets blijvends in blijven doen. Dat is zo’n voorbeeld van waar dan de klik is, zeg maar. En zo krijg je gewoon normale gesprekken. Dat ervaart ze als heel prettig. En echt fijn om hier te zijn. Het zijn allemaal mensen met een verhaal, zeg maar. Het zijn toch mensen die met pensioen zijn of zelf al iets hebben meegemaakt met eigen ouders. En dat vindt mijn moeder wel heel prettig. Dat het ook mensen zijn waar ze een gesprek van mens tot mens mee kan hebben. En overigens was dat ook een overweging van haar om hier naartoe te gaan. Omdat ze toch wel het idee had dat hoe het hier georganiseerd is dat het toch meer aansluit bij haar behoefte. En misschien dan toch vanuit een invulling van dat beeld dat er jonge meisjes in en uit komen waaien thuis, terwijl hier je toch te maken hebt met volwassen mensen allemaal die met een bepaalde houding ook in het leven staan om hier te werken. Dus die combi zie ik in ieder geval heel goed matchen voor mijn moeder.

 

Wat ik ook ervaar is dat niets teveel gevraagd is. Dat merk je nooit! Er is altijd bereidheid om er te zijn of om aandacht te geven. Dat merk ik zelf heel erg. En dat gaat van even een gesprekje, tot een kopje thee, tot aandacht. Zo hebben wij van het weekend een glaasje wijn gedronken. ‘Life is too short to drink lousy wine’, zeg maar. Dus lekkere wijn nemen wij voor haar mee. En daar had ze het ook met Pieter, een vrijwilliger, over gehad. En toen wist ze nog niet zeker of wij zouden komen. Maar wij kwamen. Dus zat ze met Pieter te geinen van: ‘Daar gaat ons glaasje wijn.’ Want Pieter had gezegd: ‘Dan drink ik een glaasje wijn met u vandaag.’ Weet je wel, dit soort dingen. Dat vond ik zó lief, zo bijzonder. Dat ze gewoon een beetje met hem zit te geiten, zo van: ‘Ik heb een afspraakje.’ Dat vond ik echt geweldig. Ik zag echt dat mijn moeder lol met hem had. Dat ze mijn moeder dus ook aan het lachen brengen en een beetje met haar lopen te keten. Dat gun ik dan zowel die vrijwilliger als haar. Dat zijn hele bijzondere momenten. Dan weet je, ze zijn er. En ze zijn er vol liefde en aandacht. Ook met kleine attenties dat ze weten waar mijn moeder van houdt of wat ze prettig vindt. Die persoonlijke aandacht.”

De gebruikte namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Over de schrijver

Inge, een energieke vrouw met blonde opgestoken haren, komt de tuinkamer van het hospice binnen. Ze heeft een ernstig gezicht. Ze is net bij haar moeder geweest en heeft tijd voor een gesprek. Op de vraag naar een moment dat haar is bijgebleven begint zij te vertellen…

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.