Toeters en bellen

Als vrijwilliger voel je je machteloos als de familie niet wil komen en je de gast in eenzaamheid ziet sterven. Hij is nog steeds verontwaardigd: “Dat je dan een aantal dagen later en plein public een uitvaart gaat organiseren en roept hoe belangrijk hij was, dan krijg ik het niet meer bij elkaar.”


“Ik werkte nog niet zo lang als vrijwilliger in het hospice. En toen is er ooit een keer een bekende inwoner uit de omgeving opgenomen. Dat kan gebeuren, want die gaan ook dood. Maar wat wilde nou het geval? Ik had die avond dienst en het ging slecht met de gast. En de familie had geen zin om te komen. Dus uiteindelijk is die man in een soort eenzaamheid gestorven. En een paar dagen later was dus de begrafenis vol klaroengeschal en lawaai in de samenleving, terwijl ze eigenlijk hun zogenaamde geliefde hebben laten stikken zeg maar. Want ze waren er gewoon niet, daar hadden ze geen zin in. En dat heb ik echt verschrikkelijk gevonden. Hoe kan dat? Dat je zegt van: ‘Ik kom niet, omdat het betekenisloos is’, daar kan ik nog begrip voor opbrengen. Maar dat je later een soort staatsbegrafenis gaat organiseren met veel klaroengeschal, dat klopt gewoon niet. Dat is mij altijd bijgebleven en heb ik verschrikkelijk gevonden.

Die laatste avond had ik zelf dienst en in die dienst is hij overleden. Want ik weet nog dat de familie gebeld is of ze wilden komen omdat het zeg maar zienderogen slechter ging. En daar is twee of drie keer gebeld, dat is de verantwoordelijkheid van de verpleegkundige. Maar de familie weigerde gewoon, die hadden er geen zin in. Op zo’n moment, ik was daar verbaasd over. Want als ze er overdag waren, waren ze ook altijd luid en duidelijk aanwezig. Ze waren meer met zichzelf bezig dan met de gast. Dus op dat eind, dat heb ik dan wel heel bizar gevonden maar dat kon dan nog. Maar toen dus vier of vijf dagen later die uitgebreide begrafenis er was met een hoop toeters en bellen… dan denk ik: hoe kom je nu met jezelf in het reine als je dan zoiets gaat doen? Want toen je het hardst nodig was, toen was je er helemaal niet. Wat voor familie is dat dan?

En dan gaat het blijkbaar dus alleen maar om uiterlijk vertoon. Het was ook niet voor niets een bekende inwoner. Maar daar hebben de mensen blijkbaar voldoende aan. Dus dat ik meer een persoonlijke verontwaardiging had, dan dat ik daar binnen het hospice problemen mee heb gehad.

Het klopt niet. Als iemand in die laatste fase is, dan is het enige waar nog behoefte aan is dat is nabijheid. Als je het dan door familie af laat weten, dus dat je dan overgeleverd bent aan de zorg van vreemden dan laat je zo iemand feitelijk zitten. En dat kan ik nog accepteren. Je kan er wat van vinden, maar vooruit, dat kan als je bijvoorbeeld een slechte relatie hebt gehad. Dan denk ik: ‘Oké, dan is dit de uitkomst.’ Maar dat je dan een aantal dagen later en plein public een uitvaart gaat organiseren en roept hoe belangrijk hij was, dan krijg ik het niet meer bij elkaar. Dat is eigenlijk spotten met de dood. Dat doe je niet. Dan moet je consequent zijn in je gedrag, van: ‘We hebben hem laten liggen en zoek het maar uit. Ik vind het verder niet belangrijk.’ Maar nee, het was heel belangrijk. Voornamelijk door het publieke optreden.”

 

Over de schrijver

Deze vrijwilliger van het hospice had nog nooit in de zorg gewerkt en was eigenlijk op zoek naar vrijwilligerswerk in de culturele sector. Bij toeval kwam hij bij het hospice terecht en daar voelt hij zich nu helemaal op zijn plek.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.