Liefdewerk

Liefdewerk

Terwijl de coördinatoren de intake doen, sta ik te drentelen in de keuken.
Een onmogelijke diagnose voor een veel te jonge vrouw. Dit voelt zo dichtbij, dat ik me afvraag of ik er ten volle kan zijn. Het lijkt gestopt. Het vermogen om te denken, om te vertrouwen, om te weten. Het staat stil, er is voor even niets.

Hij is open, duidelijk en helder. Hij zal zijn vrouw volledig verzorgen en blijft in het hospice om er elk moment voor haar te zijn. Hij zegt het, hij doet het. De kracht waarmee hij spreekt, de woorden die hij kiest en de intonatie van zijn stemgeluid, getuigen van liefdewerk in al zijn puurheid.

Er volgen een aantal intense weken voor het gezin. Het zijn hartverscheurende en hartrakende momenten om te zien hoe zij beetje bij beetje het contact met de wereld verliest. Hoe hij, ondanks de zichtbare sporen van dit verblijf, vol overgave voor zijn vrouw zorgt. Hoe twee jongvolwassenen over de lagen van hun eigen verdriet, de kracht vinden om hun moeder verhalen te vertellen, haar troostend toe te fluisteren en voor te lezen.
Het is liefdewerk – zandpapier met een grove korrel op een tere huid.

We bereiden favoriete maaltijden als troostrijk voedsel, voor een heel klein lichtpuntje in een eindeloos lijkende reeks gitzwarte nachten. Een glaasje fris, vers fruit, wat oude kaas met grove mosterd. Het zijn de momenten waarop er even tijd is om te praten, er ruimte is om even wat lucht te ontmoeten.

Hij vertelt dat met het verstrijken van de dagen, het steeds lastiger wordt om contact te maken met zijn vrouw. De overgang van samen naar allenigheid is voelbaar. Al hebben ze vaak benoemd dat de schaduwzijde van het leven ook hun pad zou kunnen kruisen, het staat in geen verhouding tot de rationele, repeterende mokerslagen die hij ervaart en waarvan hij de impact niet kan overzien. Hij beschrijft de berg die voor hem en zijn kinderen ligt. Het naderende afscheid, de voleinding. De afloop van een lange, intense beleving in het hospice en een gapend gat dat toekomst heet.

Vandaag wordt de palliatieve sedatie gestart. In de serre steek ik een kaarsje aan voor het kind dat met opgetrokken benen troost zoekt bij een beker thee. Ze zou zo vreselijk graag het komend jaar over willen springen. Ik voel het zuur van ellendigheid, de gil van het gemoed.
Als alles in gereedheid is gebracht, komt hij haar halen. Ze wil erbij zijn. Een dapper besluit van een kind dat durft te spartelen in een poel van verdriet. Ik word geraakt door de wijze waarop ze de uitgestoken hand van haar vader pakt, die met zijn intonatie de kracht van ‘samen’ onderstreept.

Ik hoop dat ze kunnen blijven voelen wat ze de afgelopen maanden samen zo sterk hebben kunnen laten zien en tegelijkertijd wens ik ze de tijd en de ruimte om dit onmogelijk verlies te doorleven. Er doorheen om er overheen te komen. Zonder te vechten tegen het loslaten maar in alles de verwevenheid te herkennen, de draden te voelen die hun individueel zijn, blijvend zullen verbinden.

Met een vergeten schilderij en verloren kaartje neemt hij een paar dagen later afscheid. ‘We gaan elkaar vast nog een zien’ zegt hij. ‘Ik wil nog iets in het gastenboek schrijven en misschien ook nog wel even in de serre zitten’.

Het is goed, natuurlijk is dat goed.

 

 

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw reactie verschijnt na goedkeuring door onze redactie. U ontvangt een mail als uw reactie is geplaatst.